Activiteiten van De Diggers - YORKSHIRE TRENCH

De Yorkshire Trench op de Boezingse slagveldsite treffen wij voor de eerste keer aan op een Britse kaart (met aanduiding van de Duitse loopgraven) van september 1916. Althans de ligging ervan. Voor een naamaanduiding moeten we wachten tot een kaart van 16 januari 1917. Naast YORKSHIRE TRENCH zien we ook de naamaanduidingen ESSEX TRENCH en WHITE TRENCH.

Opvallend daarbij is dat voor de Yorkshire Trench en de White Trench de typische zigzag- of tandvorm getekend is, waar die op vroegere (en ook latere) Britse kaarten zelden aangegeven is. Om begrijpelijke redenen overigens, want op die kaarten staan de eigen posities uiteraard minder gedetailleerd weergegeven dan de Duitse. Op Duitse kaarten vinden we dan deze typische vorm van de Yorkshire Trench en White Trench op een exemplaar van augustus 1918 (toen het Duitse voorjaarsoffensief van 1918 al gestart was en de Duitse linies Ieper weer naderden.)

We leggen de nadruk op deze typische vorm op sommige kaarten omdat de Yorkshire Trench zoals wij die uitgegraven hebben, inderdaad duidelijk deze zigzagvorm laat zien. Maar afgezien daarvan is zeker niet minder belangrijk : de vondst van A-frames, loopgraafelementen voor een steviger constructie en efficiëntere waterafvoer, en waarvan de vondst uniek mag genoemd worden voor de Ypres Salient.

We splitsen de beschrijving van de Yorkshire Trench-prospectie op in twee delen : een eerste in de zomer van 1998, toen gewerkt werd in de onmiddellijke omgeving van de Yorkshire Dug-out, en een tweede in april 2000, toen het verder noordelijk verloop van de Yorkshire Trench getraceerd werd.

De Boezinge-site (omgrenzing geel), met de ligging van de Yorkshire Trench (blauw gekleurd), Essex Trench en White Trench

1. Ieperleekanaal (Kanaal van Ieper naar de IJzer) 

2. Bargiestraat (nieuw, aangelegd vanaf 1998)

3. Britse dug-out van 1917, geëxploreerd februari 1992 

4. Waterafvoersysteem in de Essex Trench

1. ZOMER 1998

In de zomer van 1998 behelsden de eerste grote prospectiewerken de blootlegging van het stuk loopgraaf tussen de twee toegangen van de Britse dug-out uit 1917, die door het team reeds gelokaliseerd en verkend was in februari 1992. Dat dit nu gebeurde kwam doordat de werken voor de uitbreiding van het Ieperse industrieterrein een aanvang genomen hadden, en meer bepaald wegdek en riolering van de nieuwe Bargiestraat in de onmiddellijke omgeving van de dug-out aangelegd werden : in feite er zelfs zowat boven.

Er werd met de prospectie gestart vanaf de zuidelijke toegang. (Die was jammer genoeg buiten onze verantwoordelijkheid om, beschadigd door een paar grof uitgevoerde schepbewegingen met de graafmachine.) Behoedzaam werd eerst met een graafmachine de bovenlaag afgepeld, om vervolgens verder manueel te werken. Geleidelijk werd noordwaarts gegraven, in uiterst gunstige weersomstandigheden.

Foto 1:

Na de bovenlaag met uiterste voorzichtigheid afgeschept te hebben, komt het loopgraaftracé duidelijk bloot te liggen : de donkerder teelaarde waarmee na de oorlog de loopgraaf dichtgegooid werd.

Afgezien van wat geweermunitie en kleinere zaken waren de niet-structurele bodemvondsten eerder schaars : een ontsteker, een Lee Enfield-geweer, ammoniakampulles, oogglaasjes van gasmaskers, een pistoolfoedraal, en een voorraad handgranaten op een bankje.

Erg storend was echter dat er kapers op de kust waren. Nadat loopgraafstukken en duckboards blootgelegd waren, klaar om 's anderendaags opgemeten te worden, bleek dat na ons vertrek achterbakse buitzoekers zonder enige scrupules de zaak grondig overhoop gehaald hadden, in de hoop hun verzameling aan te vullen met eventueel aangetroffen militaria onder de duckboards. De overheid werd daarvan op de hoogte gebracht en het politietoezicht op de site, die gezien de uitgestrektheid niet kon worden afgesloten, werd verscherpt.

De stucturele vondsten daarentegen waren wel belangrijk. (Voor het grondplan verwijzen wij naar het artikel in de submap Dug-outs / Yorkshire dug-out, en naar de panoramische foto nr. 6). In de over meer dan 45 meter uitgegraven loopgraaf, met twee schuttersputten, werden over heel de lengte duck­boards aangetroffen (sommige weliswaar in halfvergane toestand).

Foto 2 : De duckboards (loopvlonders) zijn bloot komen te liggen.

 

Foto 3 : Een stuk van de Yorkshire Trench. Rechtopstaand de halfvergane benen van de A-frames. Aan weerskanten is de roestkleur van de golfplaten te zien die de wanden ondersteunden. Onder de duckboards, hier na al die jaren gevuld met aarde, bevond zich destijds dus de afwateringsruimte.


Maar de structureel belangrijkste vondsten waren wel de A-frames. Even toelichten. A-frames zijn geprefabriceerde loopgraafelementen in de vorm van een afgeplatte en omgekeerde hoofdletter A. Op de verbindingsbalk tussen de twee benen kwamen dan de duckboards te liggen. De ruimte tussen deze verbindingsbalk (steunbalk) en de diepere basisbalk was de waterafvoerruimte.

En die was beslist nodig. Hadden de soldaten die in het najaar van 1915 de site betrokken, er hun beklag niet over gedaan dat ze in feite niet in loopgraven maar in water- en modderkanalen terecht gekomen waren, waar ze tot aan de knieën in het water stonden ? De gevallen van trench feet en frost bite waren bijna niet te tellen. Daarom was het aanbrengen van A-frames (vanaf 1916) van onschatbare waarde voor het 'comfort' van de loopgraafsoldaat.

Sommige van die A-frames bleken nog in bijzonder goede toestand (zie bijv. foto 5). De bovenste delen echter waren door de wisseling van hoge en lage waterstand weliswaar voor een groot deel vergaan, maar de onderste helft, die constant onder de waterspiegel bleef, was in veel gevallen nagenoeg intact.

Er werd ook van de gelegenheid gebruikt gemaakt om de noordelijke toegang gedeeltelijk te exploreren. Die was in 1992 bij de verkenning van de dug-out reeds gelokaliseerd, zowel van onderen als van boven, maar niet uitgeschept. In de zomer van 1998 werd deze toegang vanaf de loopgraaf horizontaal iets verder uitgediept. (Waarbij al meteen bleek dat de hellingsgraad geringer was dan bij de zuidelijke toegang : ongeveer 30° tgo. 45°).

Foto 4:

Noordelijke toegang van de dug-out.

Foto 5:

Drie goed bewaarde A-frames, juist voor de noordelijke toegang van de dug-out.

Foto 6 : Panoramische opname van het stuk van de Yorkshire Trench tussen de zuidelijke (links) en noordelijke (rechts) toegangen tot de dug-out.

Dwarsdoorsnede van de in de zomer van 1998 blootgegraven Yorkshire Trench, met A-frames (basisbalk onderaan, steunbalk erboven, met de waterafvoerruimte tussenin, erop de duckboard, en aan weerszijden de benen, met vanaf halve hoogte de golfplaten ter ondersteuning van de loopgraafwanden.


2. APRIL 2000

In de zomer van 1999 werden enkele tientallen meter van de Yorkshire Trench noordwaarts verder uitgegraven, met vergelijkbare vondsten en bevindingen : een geweer, een kist Vickers Gun-munitie, duckboards, A-frames,..

In april 2000 werd de prospectie van de Yorkshire Trench hervat, maar dan nog meer noordwaarts. Aanleiding was dat vanaf mei van dat jaar de werken voor de bouw van de bedrijfsgebouwen van Pinguïn NV (diepvriesgroenten) een aanvang zouden nemen. Een kort verslag van de werkzaamheden van onze groep.

* Zaterdag 8 april

Net zoals de vorige keer wordt ook nu met de graafmachine behoedzaam de bovenlaag verwijderd om het tracé te kunnen volgen, over een afstand van ongeveer 85 meter.

Foto 7:

Het tracé van het meest noordelijke stuk van de Yorkshire Trench is duidelijk te zien. Onderaan de foto de aansluitingsbocht met de Essex Trench (zie kaartje begin artikel).

Nabij de bocht worden ook sporen aangetroffen van een vroegere (Franse ?) loopgraaf. Er worden bij het manueel dieper graven in de Yorkshire Trench 15 mills-handgranaten gevonden, enkele handvollen Britse patronen, los en op de clips, schoenen, een schop, en 2 erg vergane Lee Enfields. Verder ook duckboards.

Heel merkwaardig is de vondst van een bordje (op stok, ong. 1,10 m) met de tekst : IRISH BRIDGE 6.D.24 SINGLE FILE (Uit onderzoek zou later blijken dat hier verwezen wordt naar een van de vele door de Britse troepen aangelegde brugjes over het Ieperleekanaal, nl. in de ong. 400 m meer zuidelijk gelegen bocht ervan.)

De werkzaamheden waren wel heel anders dan de twee jaren voordien. Niet alleen was de waterspiegel in april een heel stuk hoger door de uitermate natte winter, maar tevens moest er ook dieper gegraven worden : dit stuk van het terrein lag iets hoger, terwijl het niveau van de Yorkshire Trench over heel de lengte (zowat 150 meter) amper enig verval vertoonde.

Foto 8:

Werkvoorwaarden vergelijkbaar met de loopgravenoorlog.

Dit is echter een "hobby", terwijl het 85 jaar geleden bittere ernst was.

De opstaande delen van de A-frames zijn duidelijk te zien. Links een firestep.

* Zaterdag 15 april 2000

Het gure regenweer belet niet dat verder en dieper gegraven wordt, nabij de bocht Yorkshire / Essex Trench. A-frames worden weer aangetroffen, en twee duckboards, van 1,98 en 1,54 m lang.

* Zaterdag 22 april 2000

De vindplaats wordt verder geëxploreerd. Acht A-frames worden blootgelegd, en oppervlakkig gereinigd. Ze zullen en dépôt gehouden worden voor de in november geplande tentoonstelling Gered van de Vooruitgang. (Sindsdien zijn deze A-frames afgestaan aan het In Flanders Fields Museum.)

Foto 9:

6 A-frames bij het begin van de Essex Trench

Foto 10:

Opstaande delen en steunbalken van enkele A-frames. En de bodem van een gebroken SRD-kruik (rhum jar).

  

* Zaterdag 29 april 2000

Nog steeds op dezelfde plaats worden enkele kleinere vondsten gedaan (een fles Eiffel Tower, een bokaaltje, en een flesje nog niet eens in het water opgeloste pillen). Het verdere tracé van de Essex Trench, richting kanaal, wordt niet verder uitgegraven, maar wel wordt de aandacht gericht op één plaats in het vermoedelijke tracé : 40 m van de bocht, 130 m van de kanaaloever. Daar stootte de graafmachine enige tijd geleden op een ongewone constructie.

Na heel wat ploeterwerk wordt die constructie blootgelegd. Een eindeloze discussie onder de teamleden leidt niet tot eensgezindheid over de werking van het systeem, maar de functie is wel duidelijk : een afwateringssysteem met een ophaalbaar schot, om de waterstand te regelen. Dat wordt zeker duidelijk wanneer blijkt dat een hellende afvoergoot vanuit de Essex Trench ernaartoe loopt.

Foto 11:

Digger Johan, terwijl hij na gedane inspanningen even uitblaast bij wat een waterafvloeiingssysteem (b)lijkt te zijn, en zich afvraagt hoe het 85 jaar geleden precies functioneerde.

 

Tekening met doorsnede van het afvloeiingssysteem. Links de Essex Trench (let op de halve A-frames !), rechts ervan de afvoergoot, nog meer naar rechts een sluisje met ophaalbaar schot.


Daarmee zit de prospectie van de Yorkshire en Essex Trench er bijna op. Op 13 mei volgt de 'afwerking' van enkele in april geprospecteerde stukken van deze merkwaardige loopgraaf (met o.a. bovenhalen van een duckboard van een zeldzaam type, met 3 steunbalkjes). Ook de half vergane resten van wat een kartonnen doosje met hoestpastilles geweest moet zijn, komt aan de oppervlakte. Half leesbaar is nog de tekst : Present for Christmas.

Op 10 juni 2000 wordt dan nog een dwarsdoorsnede (coupe) gemaakt op de zuidelijke grens van het Pinguïnperceel, gebruik makend van de nivellering en afgraving door de aannemer van de grondwerken.

Foto 12:

Een dwarsdoorsnede van de Yorkshire Trench.

Links in het verticale vlak is aan de andere kleur van de aarde misschien nog het effect van een obusontploffing te zien, en ook de positie van de zandzakjes.

Tussen de opstaande delen van de A-frames liggen twee duckboards, de bovenste al vrijgemaakt. De steunbalk waarop de duckboards rusten, bevindt zich 1,35 m onder het (huidige) maaivlak.

 

 

 

Foto 13:

Enige tijd later is ook de aarde tussen de vier A-frames gedeeltelijk verwijderd.

Momenteel (maart 2001) bestaan er plannen om in een speciaal project in het najaar van 2001 een deel van de Yorkshire Trench te reconstrueren ten behoeve van bezoekers. We houden onze website-bezoekers op de hoogte.


© 2001 The Diggers - Contact
Webmaster