Activiteiten van De Diggers - RESTAURATIE VAN DE YORKSHIRE TRENCH & DUG-OUT

4. Enkele FAQs over de YT&DO Site

Dit is het FAQ-artikel in onze reeks over de restauratie van de Yorkshire Trench & Dug-Out Site. Die werd geopend op 25 mei 2003, en sindsdien hebben tot op heden (half juni) enkele honderden bezoekers de site aangedaan. Talrijke vragen werden daarbij gesteld, waarop het antwoord niet altijd te lezen was op de informatiepanelen. Meer vragen zullen nog gesteld worden in de toekomst door (potentiële) bezoekers. Daarom zetten we enkele van deze FAQ's (Frequently Asked Questions) even op een rijtje. Met de (uitvoerige) antwoorden uiteraard.

Een eerder klein perceel, lijkt het ons.

Inderdaad, maar beter dan niks …
Ons team kwam voor de eerste keer op het terrein in 1992, toen de Yorkshire Trench Dug-Out geëxploreerd werd. Toen was er nog geen sprake van de Yorkshire Trench. Honderden meter in het rond waren er alleen akkers, en weiden, en een tweetal boerderijen. En waren er ook de geruchten dat er vroeg of laat een industrieterrein zou komen, de uitbreiding van wat er in de jaren 1980 langsheen het kanaal ten noorden van Ieper aangelegd was.

En toen, wanneer dat industrieterrein effectief in aantocht was, verschenen we opnieuw op het toneel, met spades en schoppen. En al vlug bleek dat het de moeite waard was. Niet alleen bevonden we ons boven op de frontlijnen in dit noordelijk deel van de Salient, maar het bleek ook dat deze terreinen destijds nooit echt gediepgrond geweest waren (d.w.z. dat ze na de oorlog nooit echt 'opgekuist' waren, op zoek naar winstgevend metaal e.d.) Dit werd in ieder geval bevestigd door de Boezingse oudste generatie : "Diepgronden ? Geen sprake van. De eigenaar stuurde ons wandelen !"

FOTO 46 - Zomer van 1998 - Ons team daagde op toen de bouwactiviteit een aanvang nam. Tussen de twee toegangen van de dug-out legden we een loopgraaf bloot - die later de Yorkshire Trench zou blijken te zijn. De foto toont ongeveer de helft van wat vanaf augustus 2002 gerestaureerd zou worden.


Maar al de tijd zaten bulldozers en graafmachines ons op de hielen. En tegen de tijd dat te veel personen betreurden : "Dit had nooit mogen gebeuren, dit had een tweede Vimy-park kunnen worden…" was het te laat. Het is niet de bedoeling hierover te argumenteren, want hoe dan ook, het feit is er: de terreinen van de Boezingse Kanaalsite zijn nu een industrieterrein geworden.

Gelukkig deden de autoriteiten er iets aan, zij het dan min of meer symbolisch. Een perceel'tje' werd teruggekocht van de projectontwikkelaars: ongeveer 35 x 50 meter (1750 m²). Is dit klein? Ja. Zeker als we weten dat de oppervlakte van heel de uitbreiding van het industrieterrein ongeveer 280.000 m² bedraagt (28 ha). Dus is het perceel ongeveer 0,6 procent van heel de uitbreiding. Natuurlijk, het gaat niet om het minst belangrijke deel van de het industrieterrein (of de Boezingse Kanaalsite, zoals wij het noemen), want het bevat de toegangen van de dug-out. Maar als we bedenken dat zoveel andere fascinerende structurele vondsten daar gedaan werden de voorbije 4 jaar (vanaf 1998), en dat de Yorkshire Trench zich uitstrekte over meer dan 100 m meer noordwaarts, en ook vele honderden meter zuidoostwaarts, zij het dan onder een andere naam …

FOTO 47

Een luchtfoto van de noordelijke uitbreiding van het industrieterrein, op de rechteroever van het kanaal Ieper - IJzer.

Ongeveer 400 m breed, 700 m lang. Kort voor het begin van de bouwactiviteit in 1998.

Het kleine perceel aangeduid met X (1750 m², ongeveer 0,6 % van het totaal, is wat nu de Yorkshire Trench & Dug-Out Site is.

Is het huidige decor niet ietwat 'storend', om het zacht uit te drukken ?

Heel zeker. Als je rondom je kijkt, dan is het niet eenvoudig om zich een oorlogsdecor voor te stellen. Nu staan er industriegebouwen ten noorden ervan, en ten oosten, aan de overkant van de Bargiestraat. Nog niets aan de andere twee kanten (tenzij een heel hoge schoorsteen ongeveer 200 m zuidwaarts), zodat voorlopig nog de bomen langsheen het kanaal nog gezien kunnen worden, ongeveer 200 m daarvandaan. Maar in de niet zo verre toekomst (2 jaar ?) zal dat wel veranderen …

En dus doet die omgeving inderdaad 'storend' aan. Bevreemdend, vervreemdend, ietwat onwezenlijk en surrealistisch. Maar misschien kan dit contrast tussen heden en verleden juist een van de 'charmes' uitmaken. Zoals een bezoeker het achteraf schreef: "I quite liked it in the middle of the industrial estate - a contrast between two worlds in one lifetime."

En we zouden er ons moeten bewust van zijn dat de industriële vooruitgang in de onmiddellijke omgeving precies gedijt op dat verleden, en dankzij dat verleden… En ook: de site is in het midden van een industrieterrein, maar dat is ook de bestaansreden ervan. Indien dat industrieterrein niet aangelegd geweest was, dan zou er geen YT&DO Site geweest zijn. En Yorksire Trench zou niets meer geweest zijn dan een naam op enkele loopgravenkaarten of in enkele vermeldingen in enkele 'war diaries'.

FOTO 48

Zoals deze foto toont:

industriële activiteit net ten noorden van de site…


FOTO 49

FOTO 49 - En ook enkele honderden meter zuidwaarts.
De grote schoorsteen zou een uitstekende Britse observatiepost geweest zijn.

Of beter nog : een prima doelwit voor de Duitse artillerie. Maar zoals het nu is, kan z'n aanwezigheid moeilijk genegeerd worden.

Had men de Site niet kunnen afschermen met een groenscherm?

Ja, en dat zal ook gebeuren. Een groenscherm van struiken zal aangeplant worden op de 4 zijden. Eigenlijk had dat al moeten gebeurd zijn, tegen eind maart 2003. Maar de restauratiewerken waren toen nog volop aan de gang, ook om de site toegankelijk te maken (nivellering, aanleg paden, enz), zodat de deadline niet meer kon gehaald worden. Dus worden de aanplantingen na de zomer gedaan.

Kunnen we niet zeggen dat de site authenticiteit mist, en sfeer ?

Als dat zo is, dan ligt de verklaring natuurlijk voor een deel bij de industriële omgeving. En als men bedoelt dat de site de authenticiteit niet lijkt over te brengen van bijvoorbeeld de loopgraven van Sanctuary Wood of elders aan het westelijk front … Wel, het concept was natuurlijk verschillend. De bedoeling was de site voor te stellen als een educatief project, en een herdenkingsparkje. Er zijn argumenten dat de site getransformeerd had moeten worden of gerestaureerd in een replica van een W.O.I-slagveld, maar de Stad Ieper en wijzelf hielden er een andere mening op na. Ook verder wordt in dit artikel op dit aspect ingegaan.

FOTO 50

De historische context, de loopgraven van 1915-17, de 'deep dug-out', het vinden van resten van gesneuvelden … :

toegelicht en geïllustreerd op infoborden.

Is de Yorkshire Trench een reconstructie of een restauratie?

Een vraag die zeker kan leiden tot een eindeloze en oeverloze discussie. Maar eerst: wat is de definitie van die twee termen ?
Een reconstructie, volgens een woordenboek, is een herbouwde volledige structuur van iets waarvan men alleen enkele delen heeft.
Een restauratie is 'iets dat teruggebracht werd in een vroegere toestand' ; een model dat de veronderstelde oorspronkelijke vorm vertegenwoordigt (van bijv. een uitgestorven diersoort, een vernield gebouw, enz.) Als een kasteel "slechts een restauratie" is, dan betekent dit dat weinig overgebleven is van het origineel.

Er is dus een verschil, maar wat dat precies is?... Zowel 'reconstructie' als 'restauratie' blijken uit te gaan van schaarse oorspronkelijke delen. En vroeg of laat zal dus de vraag gesteld worden: hoeveel van het origineel is nog (geïntegreerd) in het geheel? Beide termen zijn toepasselijk op de Yorkshire Trench zoals hij er nu bij ligt. Het is een volledige structuur van iets waarvan slechts enkele delen overgebleven waren. En deze weinige delen waren (zijn) de oorspronkelijke A-frames. Of beter : de onderste helft ervan, want de bovenhelft (de opstaande balken) waren te ver gerot om nog gebruikt te worden. Dus : een reconstructie. Maar de term restauratie is ook toepasselijk.

Het lijkt erop dat beide termen in mekaar overlopen. En ook dat wat in het Engels een 'restoration' genoemd wordt, licht verschilt van wat in het Nederrlands een 'restauratie' is. En hetzelfde geldt voor 'reconstruction / reconstructie'. Beide begrippen overlappen mekaar, of er is een breed grensgebied tussen beide in. En zelfs de aard van het gerestaureerde / gereconstrueerde voorwerp (een windmolen, een schilderij, een kerkorgel, een … loopgraaf) kan bepalend zijn voor de woordkeuze.

Men zou dus ook kunnen zeggen dat de hoeveelheid elementen die nog oorspronkelijk zijn, het gebruik van de term 'restauratie' of 'reconstructie' bepalen. Maar dan rijst onvermijdelijk de vraag : 10 % ? 20 % ? 50 % ? En wat als het originele weliswaar gering is, maar wel 'fundamenteel'. Zelfs zoals hier 'fundamenteel' in de echte zin van het woord: de funderingen, of de A-frames en de precieze ligging van de loopgraaf?
En misschien kunnen hier ook supplementaire termen gebruikt worden, allemaal beginnend met re- en eindigend op -atie. Renovatie, re-creatie, recuperatie, regeneratie.

En dus houden we het hierbij:

1. Wat authentiek is, is de oorspronkelijke ligging: bezoekers moeten beseffen dat ze in de loopgraaf precies hetzelfde tracé volgen als dat van de loopgraaf in 1916-17. Dit kan niet genoeg beklemtoond worden: het feit dat de ligging absoluut zeker die van de oorlogsloopgraaf is, is vitaal.

2. Wat ook authentiek is, en waardoor meteen die precieze ligging gewaarborgd wordt, is dat veruit het merendeel van de 88 oorspronkelijke A-frames nog steeds aanwezig zijn, onder de duckboards (loopplanken). Ze werden niet achteraf geïntegreerd, ze bleven gewoon waar ze aangetroffen werden. (Het enige dat achteraf gewijzigd werd, is dat er een draineerbuis in aangebracht werd om de loopgraaf heel het jaar door droog te houden.)

FOTO 51

Een reeks A-frames blootgelegd en geïntegreerd gehouden tijdens het restauratieproject.

En dus zijn andere delen nieuw, gerenoveerd?

Inderdaad, enkele A-frames, een dozijn of zo, dienden vernieuwd te worden, daar ze in het verleden te erg beschadigd werden of verdwenen bleken. (Nabij de toegangen.) En wat betreft het precieze uitzicht van de toegang, en de bovenste treden van de trap die naar beneden leidde, daar kwam wat giswerk aan te pas, en gezond verstand, en het inwinnen van informatie. Want oorlogsfoto's of schetsen van de Yorkshire Trench en Dug-Out zijn er niet. Eigenlijk zijn er nauwelijks foto's van de Boezingse Kanaalsite. (Zie ook foto's 59 en 60.)

FOTO 52 - Een foto genomen op de kanaaloever op 5 augustus 1917, een week nadat het front weer oostwaarts opgeschoven was (Derde Slag om Ieper), ongeveer 500 meter ten noorden van de Yorkshire Trench Site, ter hoogte van het huidige (naoorlogse) bovenvaartsas: een Britse werkploeg pauzeert even bij vernielde Duitse stellingen.


FOTO 53

Deel van een maquette van de Yorkshire Trench en Dug-Out in het In Flanders Fields Museum. Dit is de aanblik die het terrein destijds bood.

(Voor meer maquettefoto's, zie 66, 67, 68.)

De Yorkshire Trench ziet er verrassend smal uit.

Absoluut. De meesten van ons hebben een verkeerd beeld van de breedte van een loopgraaf. In een film zien ze er vaak uit als een 'straat'. Verbindingsloopgraven kunnen een stuk breder geweest zijn, maar een loopgraaf in de eerste lijn, de vuurlijn, was anders. Als we even een Brits handboek voor loopgravenoorlogsvoering (1917-18) mogen citeren : "Hoe smaller een loopgraaf is, des te beter de bescherming die hij biedt. (…) Een trend waartegen ingegaan moet worden is die van het geleidelijk verbreden van de loopgraven. Brede loopgraven zullen wel meer comfort bieden, maar ze bieden zeker minder bescherming dan smallere loopgraven." (En toch, in een ander document met instructies (1916?), lezen we: "Recente ervaringen hebben doen besluiten dat smalle loopgraven niet alleen minder gemak bieden, en minder gemakkelijk te onderhouden zijn, maar ook een grotere bron van verliezen zijn door verwondingen en instortingsgevaar.")

Of loopgraven nu breed of smal waren, Yorkshire Trench was in z'n breedte beperkt door de breedte van de A-frames. En die maten aan de binnenkant 0.65 m ter hoogte van de loopplanken, en 0.80 m op heuphoogte, zoals op de site aangetoond wordt door middel van een model op ware grootte nabij de loopgraaf.

FOTO 54 - Op het eerste gezicht smal, inderdaad.

De binnenafmetingen van de loopgraaf zoals hij gerestaureerd / gereconstrueerd werd, bedragen: ter hoogte van de loopplanken 0.50 m, op ooghoogte (d.i. tussen de rugwering en de basis van de borstwering 0.90 m. De diepte (van boven aan de borstwering tot op de loopplanken : 2 m à 2.10 m.

Soldaten in de loopgraaf die mekaar moesten kruisen, zeker met hun uitrusting, moeten een probleem gevormd hebben. En dus, in april 2000, in de Yorkshire Trench, ongeveer 100 meter meer noordwaarts, troffen we een naambord aan, vermoedelijk verwijzend naar een nabije infanteriebrug over het kanaal, op ongeveer 400 m afstand van de vindplaats: "Irish Bridge 6.D.24 Single File".

Eerst dachten we dat dit 'single file' sloeg op de oversteek op de brug, maar de breedte van de Yorkshire Trench zelf in acht genomen, kan dat net zo goed op de loopgraaf geslagen hebben.

FOTO 55

Irish Bridge 6.D.24 Single File.

Een bordje gevonden in Yorkshire Trench in april 2000.

Zandzakken werden eveneens gebruikt in de oorspronkelijke loopgraaf?

Ja, met dit verschil dat de oorspronkelijke niet met zand gevuld waren. Waar zouden de soldaten overigens het zand vandaan gehaald hebben? Toen werden ze met aarde gevuld. En we mogen ook aannemen dat de zandzakjes niet netjes op mekaar gestapeld werden. Soldaten hadden wel andere zorgen. Opzettelijk of niet, foto's tonen dat borst- en rugwering er vaak nogal wanordelijk bij lagen, en er niet erg stabiel uitzagen. Maar in tegenstelling tot onze gerestaureerde Yorkshire Trench waren ze ook niet gelegd om een generatie - of langer - mee te gaan. En dus zien de onze er 'betonnen' uit. Ze zijn gevuld met 'stabilisé', een mengsel van zand + cement, en kregen nadat ze hard geworden waren, een laag vloeibare cement, om ze de komende seizoenen goed te laten doorstaan.

En ook … de bezoekers. Want hoewel we hopen dat bezoekers zich zullen weten te gedragen, en dat de loopgraaf niet ten prooi zal vallen aan vandalisme, zijn we er ons goed van bewust dat voor groepen schoolkinderen de loopgraaf een uitdaging zal zijn voor hun zin voor avontuur. Dus kozen we voor een compromis tussen authenticiteit en duurzaamheid.

FOTO 56

Het is waar, jutezandzakken zien er echter uit, en zo hadden we het wel graag gezien.

Maar het is duidelijk dat de jute zelf na verloop van tijd zou wegrotten, en dat de inhoud zou komen bloot te liggen. …


FOTO 57

En dus kregen ze omwille van de duurzaamheid een beschermende cementlaag.

Zonder twijfel zal het weer ze na een jaar of zo een meer natuurlijk patina gegeven hebben.

Bestond héél de loopgraaf, over de volle lengte, uit zandzakjes ?

Waarschijnlijk niet. Toen de Yorkshire Trench voor de eerste keer blootgelegd werd (zomer 1998) vonden we delen met wat overgebleven was van golfplaten (ondersteuning van de wanden). Ook stukken met 'kippendraad', en stukken met zandzakken. Meer bepaald waar na een obusinslag de loopgraaf hersteld geworden was.
Waarschijnlijk waren sommige stukken van de loopgraaf alleen maar voorzien van zandzakken boven de A-frames. (Het handboek schreef ongeveer 5 lagen zandzakken voor.)

De loopgraaf restaureren met kippendraad zou een praktisch probleem geweest zijn. Golfpaten zouden misschien mogelijk geweest zijn, maar uiteindelijk werd geopteerd voor zandzakjes over heel de lengte. Het compromis tussen authenticiteit en duurzaamheid.

FOTO 58

Nabij de noordelijke toegang werden in eerste instantie golfplaten aangebracht.

Om praktische redenen diende dit systeem verlaten te worden, en bleven alleen delen ervan zichtbaar nabij de twee 'firesteps'.

De loopgraaf, meer bepaald de borst- en rugwering, ziet er heel netjes uit en keurig afgewerkt.

Keuriger waarschijnlijk dan 86 jaar geleden. Maar we weten ook niet precies hoe die er toen uitzag. Wel weten we wat het loopgravenhandboek voorschreef. En dan weten we nog niet of dat ook in de praktijk omgezet werd. "Aarden borstwering moet bovenaan ten minste 3 meter breed zijn, en een zachte helling hebben aan de voorkant. De eigenlijke 'parapet' moet altijd onregelmatig zijn. Op die manier zijn de mannen die boven de borstwering observeren of schieten minder gemakkelijk zichtbaar. Nog beter zijn ze aan het zicht onttrokken als de rugwering (parados) iets hoger is dan de parapet, en eveneens onregelmatig is, want aldus tekenen de silhouetten van de hoofden zich niet af tegen de lucht op de achtergrond. (…) Een rugwering moet opgebouwd worden om de loopgraafbezetting te beschermen tegen de obusinslagen achter de loopgraaf. Die rugwering moet ongeveer 1 m tot 1.20 m breed zijn aan de basis, en even hoog of iets hoger dan de borstwering."

Onze Yorkshire Trench rugwering is lager dan de borstwering, en eenvoudig gehouden. Een reden is dat op die manier bezoekers (voorlopig nog) de bomen van het kanaal erachter kunnen zien. De borstwering is ongeveer 0,50 m hoog, en 0,70 m breed (basis) of 0,50 (bovenaan). Borstwering en rugwering zijn regelmatig. Dit is ook weer het resultaat van een compromis. Indien borstwering en rugwering onregelmatig waren, met op de ene plaats twee of drie zandzakken hoger of lager dan elders, dan zou de stevigheid en dus ook de duurzaamheid in gevaar geweest zijn. (Zandzakjes zouden immers loskomen, en afbrokkelen na een paar wintermaanden, of nadat ze 'getest' werden door jonge bezoekers. Trouwens, door ze regelmatig en vlak te maken, hadden we de gelegenheid de bovenlaag heel stevig te maken door middel van erdoorheen geschoven (onzichtbaar blijvende) ijzers.

FOTO 59

We hebben enkele oorlogsfoto's in ons bezit, genomen op de Boezingse Kanaalsite, maar dan wel daterend van de zomer van 1915.

Ze tonen soldaten van het 1ste Bataljon Somerset Light Infantry, in of nabij de beruchte International Trench, of in de eerste Britse lijn vlakbij.

Zes of zeven opeengestapelde zandzaklagen vormen de borstwering.

In de achtergrond de bomen langsheen het kanaal.


FOTO 60

De eigenlijke loopgraaf is niet echt diep.

Geen zijwandversteviging.

Enkele maanden later, in de winter, zou blijken dat zonder die versteviging, en zonder drainage, de loopgraven voortdurend zouden instorten.

Er zijn slechts 2 or 3 schietgaten en 'firesteps' in dit stuk van de Yorkshire Trench?

Inderdaad, omdat we er in 1998 slechts 3 aangetroffen hebben, waaraan dus een schietgat moest beantwoorden in de borstwering erboven. Op een van de firesteps troffen we nog een kleine voorraad handgranaten aan. Waren er meer 'firesteps' en schietgaten ? Mogelijk. Het handboek schrijft: "Gewoonlijk één of twee schietgaten per 'bay' in een gevechtsloopgraaf." En ook : "De voorkant van de borstwering wordt bedekt met allerlei blikken afval, waardoor het schietgat heel moeilijk te onderscheiden is." Het ligt voor de hand dat we er de voorkeur aan gaven, geen rommel te strooien voor de borstwering.

FOTO 61

Een van de twee schietgaten nabij de noordelijke dug-out-toegang.

In 1917 werd hier uitgekeken over een niemandsland van ongeveer 400 meter,
tot aan Caesar's Nose. Maar toen zonder populieren tussenin de frontlijnen.
(En evenmin zonder elektrictiteitscabine...)

En Yorkshire Trench was een eerstelijnsloopgraaf?

Ja, maar … Yorkshire Trench zoals hij uitgegraven en gerestaureerd werd, was de tweede versie van een andere oudere en minder diepe loopgraaf, slechts enkele meter ten oosten ervan (en die op de YT&DO Site gemarkeerd is met een houten plankier). De Yorkshire Trench en z'n voorganger waren het resultaat van een strategische terugtrekking van ongeveer 200 meter in februari 1916. Dus was Yorkshire Trench een eerstelijnsloopgraaf van februari 1916 tot de zomer van 1917, meer bepaald 31 juli 1917 (Slag om Pilkem Ridge, openingsfase van de Derde Slag om Ieper). In die periode was het niemandsland verbreed van gemiddeld 200 tot 400 meter. (Nochtans, in het verlaten deel van niemandsland juist vóór Yorkshire Trench, waren in de maanden vóór de Slag om Pilkem Ridge nieuwe loopgraven gegraven (of oude weer in gebruik genomen): Balaclava Trench, Baird Trench, Harvey Trench, Harwich Trench, Alma Trench.)
Dus was Yorkshire Trench ongeveer een jaar lang een echte eerstelijnsloopgraaf. Zij het dan wel in een periode van relatieve kalmte.

Was het niet mogelijk de loopgraaf uit te graven, en zo te laten, zonder reconstructie / restauratie? Zou dit niet een waarachtiger en authentieker indruk gegeven hebben van wat het moet geweest zijn?

Dit is de terugkerende vraag van het verantwoord zijn van restauratie / reconstructie. Beide verraden in zekere zin het origineel. Maar het probleem van een loopgraaf te laten zoals hij in 1915-16 aangelegd werd, is dat je hem voortdurend in stand moet houden, en herbouwen. Weer, regen, vorst, wind, bezoekers zouden het vervalproces vlug op gang brengen. De noodzaak van praktische permanentie zou een ernstig probleem worden.
En laat ons niet vergeten: er is nooit een tijd geweest dat de loopgraaf zijn oorspronkelijk uitzicht had, behalve dan toen hij in gebruik was. Ook niet in de jaren kort na de oorlog. In de jaren 1920 moet de loopgraaf opgevuld geworden zijn. Hij werd pas 70 jaar later blootgelegd.

Trouwens, indien Yorkshire Trench behouden geweest was zoals hij blootgelegd werd:
In welke fase van de uitgraving? Eender hoe, men zou altijd weten dat het uitzicht slechts hypothetisch en onvolledig was, en dat in geen enkele periode de loopgraaf er effectief zo uitzag.

Dit verschilt enigszins van de situatie van loopgraven die nooit opgevuld geweest zijn na de oorlog. Bijvoorbeeld in bebost gebied, zonder landbouw, waar bomen en wortels de erosie beletten of vertraagden. Daar kunnen loopgraven, hoewel overgroeid, hun oorspronkelijke vorm en uitzicht bewaard hebben. Elders echter zullen de natuurelementen in de daaropvolgende decennia het uitzicht gewijzigd hebben. Golfplaten zouden weggeroest zijn, wanden zouden ingestort zijn, delen volgeslibd.

FOTO 62

In de jaren 1920, toen de Boezingse bevolking terugkwam van de vlucht (vooral naar Frankrijk), werden de terreinen genivelleerd, voor de landbouw. De bovenlaag werd in de loopgraven gegooid, om ze te vullen.

En dus, toen wij een graafmachine de huidige bovenlaag lieten afscheppen, werd de donkerder aarde waarmee de loopgraaf zo lang gevuld geweest was, zichtbaar, waardoor we in staat waren de loop van de loopgraaf te volgen: op deze foto van links naar rechts beneden. (Augustus 1998)o

Vergeten we ook niet het volgende. We kunnen geboeid zijn door het uitzicht van een 'oorspronkelijke' loopgraaf (of hij nu echt is of nep doet hier niet ter zake), omdat plaats en uitzicht een sfeer scheppen van verlatenheid, verval, vergankelijkheid, dood, verwildering, … Maar als er één iets is waarvan we zeker kunnen zijn, dan is het dat de loopgraaf tijdens de oorlog er nooit zo uitzag. We worden aangetrokken door het uitzicht van de ruïnes van een Griekse tempel, of de aanblik van een beschadigd antiek beeldhouwwerk, of een spookdorp in de Far West, maar we moeten beseffen dat in hun 'glorietijd' die zaken er nooit zo uitzagen. Dat fascinerend gevoel van verval en verlatenheid is juist geschapen door het verstrijken van de tijd, en z'n werk.

Een ander iets is dat de bodem nauwelijks de voorwaarden bood om de loopgraaf te laten zoals hij uitgegraven was. Dat was in de zomer van 1998. Toen we er een jaar later terug waren, konden we hem nauwelijk terugvinden: wind en regen hadden hem voor een groot deel doen dichtslibben, en onkruid en gras hadden hem overwoekerd. In de winter was het nog erger: de Yorkshire Trench was een gracht vol water. Al gaf dit wel een uitstekende impressie van wat de loopgraven op de Boezingse Kanaalsite moeten geweest zijn in de winter 1915-16, toen de soldaten er hun beklag over deden dat het haast onmogelijk was de loopgraven te bemannen : het waren kanalen, met water of met half-vloeibare modder, hoogstens een reeks niet-verbonden posten.

Maar zelfs in de zomer, toen het grondwaterniveau een stuk lager was, waren deloopgraven onzichtbaar, overgroeid als ze waren met onkruid en distels.

FOTO 63

De zuidelijke toegang van de dug-out in maart 1999.

Het grondwater staat zo hoog dat er nauwelijks wat van te zien is. Alleen de bovenste balk.


FOTO 64

Vier jaar later.

Toch toegeven: het ziet er wel (te?) nieuw uit, maar het alternatief, de vorige foto, ziet er helmààl niet uit.

Ook niet te vergeten: indien Yorkshire Trench gelaten was zoals hij oorspronkelijk was, of zoals hij uitgegraven was, dan zou de Yorkshire Trench Dug-Out helemaal verloren geweest zijn. Nu is hij ook 'verloren', hoewel hij er nog is, ontoegankelijk, onder water.Maar de plaats is tenminste gevisualiseerd aan de oppervlakte, tweedimensioneel, met dolomietpaden.
En in het Ieperse In Flanders Fields Museum is hij zelfs driedimensioneel gevisualiseerd. Een schaalmodel (1/50) wordt er immers tentoongesteld, waarvan we hier enkele foto's tonen. Indrukwekkend, ook al zeggen we het zelf. Maar dat is dan ook omdat wij (en vele tientallen anderen) er binnen gegaan zijn in 1992, 1998 en 2001.

FOTO 65

Aan de oppervlakte wordt de ligging van de dug-out tweedimensioneel weergegeven.


FOTO 66

Een maquette in het In Flanders Fields Museum toont de Site bovengronds, en terzelfdertijd ook ondergronds. Het geeft een goed idee van hoe de Yorkshire Trench Dug-Out eruitzag, en hoe het moet gevoeld hebben erin te vertoeven.


FOTO 67

Voorgrond: de meest noordelijke kamer, de commandokamer, en de onderste helft van de noordelijke toegangstrap.
Verder : de 4 verblijfkamers aan weerszijden, waar de officieren verbleven.
In de achtergrond de zuidelijke gang.


FOTO 68

Een detail:

de wapensmid aan het werk in de kamer die zich nu onder de Bargiestraat bevindt.

Waarom werd de loopgraaf Yorkshire Trench genoemd?

Moeilijke vraag, en we vrezen dat we niet meteen het antwoord weten. In de tweede helft van 1915, toen de 49ste (West Riding) Division op de Boezingse Kanaalsite lag, waren er hier eenheden uit Yorkshire: het 1/4de en 1/5de Bataljon van de King's Own Yorkshire Light Infantry, het 1/4de en 1/5de Bataljon van het York and Lancaster Regiment, en het 1/7de en 1/8de Bataljon van de West Yorkshires.

Deze 49ste Divisie kwam niet terug naar dit deel van de Ieperse Salient na 1915. Voor zover we weten hadden de Divisies die volgden in 1916-1917 (de 14de, de 20ste, de Guards en de 38ste (Welsh) Divisie) niet direct te maken met Yorkshire.

En toch dateert de Yorkshire Trench - de ligging op loopgraafkaarten - van september 1916, negen maanden nadat de 49ste Divisie er vertrokken was. De naam 'Yorkshire Trench' wordt aangetroffen in 'war diaries' van dezelfde periode, en de naam van de loopgraaf op een 'trench map' treffen we een eerste keer aan in januari 1917. Werd de naam gegeven door eenheden die niet van Yorkshire waren ? Waarbij ze verwezen naar de aanwezigheid van Yorkshires voor zij er zelf kwamen?

Hier kunnen we nog aan toevoegen dat nog andere (loopgraaf)namen op de Boezingse Kanaalsite verwijzen naar Yorkshire:

- Colne Valley: rond het stadje Colne nabij de Yorkshire-grens
- Huddersfield Road: Huddersfield ligt 20 km ten zuidwesten van Leeds
- Skipton Road: Skipton ligt 30 km ten noordwesten van Leeds
- Barnsley Road: Barnsley in Zuid-Yorkshire, 25 km ten zuiden van Leeds
- Mirfield Trench: Mirfield is een stadje tussen Huddersfield en Leeds

Hoe kan de Yorkshire Trench & Dug-Out Site bereikt worden?

Heel eenvoudig. Hoewel … Wanneer je Ieper verlaat, dan mag je zeker niet de weg naar Boezinge-Dorp nemen ! Dus niet de Diksmuidseweg langsheen Essex Farm en de John McCrae Site! Die liggen ten westen van het kanaal Ieper - IJzer. Als je het begin van het kanaal bereikt (en dat is op 0,7 km ten noorden van de Ieperse Lakenhalle), blijf dan op de rechteroever (Oostkaai). Rij 3 km verder, en sla nabij een lichte bocht in het kanaal rechts af, waar je deze wegwijzer ziet (foto). Na 500 m bereik je dan de YT&DO Site.

En om je nog meer te helpen: als je toch totaal gedesoriënteerd het noorden mocht kwijtraken, dan kan je moeilijk deze hoge metalen schoorsteen missen, ook niet van een paar kilometer ver.

FOTO 69

Als je op de oostelijke kanaaloever bent, na ongeveer 3 km, en je ziet dit teken (en de schoorsteen in de achtergrond) dan weet je dat je 500 m later bij de YT&DO Site bent.

 


© 2001 The Diggers - Contact
Webmaster