Activiteiten van De Diggers - RESTAURATIE VAN DE YORKSHIRE TRENCH & DUG-OUT

2. De restauratie door de Diggers

FOTO 10

De Yorkshire Trench werd een eerste keer uitgegraven in de zomer van 1998, althans het deel tussen de twee toegangen van de in 1992 ontdekte en betreden 'dee dug-out'.

Deze foto is genomen ter hoogte van enkele schaarse en half vergane duckboards (trenchboards, loopplanken). Rechts en links zijn enkele eveneens half vergane opstaande delen van A-frames te zien, alsook de roestsporen van golfplaten. Wat niet te zien is : de delen van de A-frames ónder de duckboards.

FOTO 11

Van enige preservatie of restauratie van deze loopgraaf was er toen in 1998 hoegenaamd nog geen sprake. Het toekomstige industrieterrein lag er toen nog onbebouwd bij.

Er was pas een aanvang genomen met de aanleg van de wegeninfrastructuur en riolering (Bargiestraat), en onze groep de Diggers was nauwelijks van wal gestoken met een prospectieproject dat pas naarmate het vorderde zou blijken te zijn wat het was : het blootleggen van een haast intact slagveld in het noorden van de Salient. Toen men zich dat realiseerde, was het "te laat" : het terrein was verdeeld, de percelen hadden reeds praktisch allemaal een eigenaar, de bouwbedrijvigheid had hier en daar al een aanvang genomen en de industriegebouwen rezen uit de (slagveld)grond.

Het was pas vanaf begin 2001 dat de Stad Ieper overwoog een stukje ervan te recupereren, en in overleg met onze groep van het weer aangekochte perceel een herdenkingsparkje te maken, rond het te restaureren deel van de Yorkshire Trench en de twee dug-outtoegangen.
Bijgaande luchtfoto, genomen najaar 2002, toont aan dat het gaat om een relatief klein perceel van 35 x 50 m = 1750 m². De foto toont ook aan dat de site geprangd zit tussen industrie-inplantingen. En dat zal in de toekomst nog meer het geval zijn : ook aan de andere twee zijden komen vroeg of laat bedrijven. Dit geeft een wat onwezenlijke indruk en kan misschien zelfs "storend" overkomen. Over dat aspect meer in een volgend artikel. (Foto Iain McHenry)


FOTO 12

Na een aantal vergaderingen en heel wat overleg met de Stad Ieper en Piet Chielens (curator van het In Flanders Fields Museum), die de administratieve en bureaucratische beslommeringen voor hun rekening namen, werd er effectief een aanvang genomen met de eigenlijke restauratie op 14 augustus 2002.

Vooreerst dienden de toegangen van de dug-out gerestaureerd te worden. Het hout van de dug-out was weliswaar in haast perfecte toestand, maar dat gold dan wel niet voor de delen die boven de laagste grondwaterspiegel gesitueerd waren : de toegangen. Daarom dienden een tiental van de schuinstaande balken vernieuwd te worden.


FOTO 13

Met dit als resultaat. Rechts, net boven de waterspiegel zijn nog enkele van de oorspronkelijke balken te zien.

De constructie ziet er uiteraard wel erg nieuw uit, maar later zouden aan weerszijden en bovenaan de buitenkanten met zandzakken aan het oog onttrokken worden.


FOTO 14

Vervolgens diende er werk gemaakt te worden van de loopgraaf zelf. De foto (22 aug. 2002) toont de plaats onmiddellijk vóór de toegang van op de vorige foto's.

De bedoeling was zoveel mogelijk nog bruikbare A-frames bloot te leggen.

Enkele ervan (vooraan en achteraan op de foto) zijn zichtbaar, maar tussenin zouden er een vijftal moeten vervangen worden.


FOTO 15

En dat is hier ondertussen gebeurd. Onderling werden ze allemaal - ook de nog bruikbare aanwezige A-frames - met lange dwarslatten geconsolideerd.

Deze zouden overigens onder de later aan te brengen duckboards komen te liggen en dus onzichtbaar zijn.


FOTO 16

Een week later (29 aug. 2002) werd een deel van de loopgraaf, naast de noordelijke grens van het perceel, met een graafmachine afgegraven.

Op die manier werd immers meteen het tracé duidelijk van het nog uit te graven loopgraafgedeelte: de donkerder teelaarde die na de oorlog in de loopgraaf tijdens het opvullen terechtgekomen was, laat dit tracé duidelijk zien.

FOTO 17

's Anderendaags (30 aug. 2002) werd er verder manueel gegraven, en werden de nog aanwezige A-frames blootgelegd (op de foto een zestal). Al waren de bovenste delen vergaan, de onderste helft was beslist nog bruikbaar, en zou dan ook geïntegreerd worden in de restauratie.


FOTO 18

De dag erop werd verder gewerkt nabij de zuidelijke toegang. Daar immers was er heel wat werk aan de winkel. Door onoordeelkundig graafwerk door andere partijen waren daar destijds heel wat A-frames vernield, alsook de bovenste trappen van de toegang zelf. Daar werden 8 A-frames vernieuwd.


FOTO 19 - Deze opname toont hoe over heel de lengte uiteindelijk alle A-frames - een dozijn nieuwe, maar veruit de grote meerderheid nog de authentieke, alle samen 88 - een stevige loopgraafbodem zouden vormen. Deze infrastructuur zou overigens achteraf, in een laatste fase, aan het zicht onttrokken worden door de plaatsing van de duckboards. Wat in zekere zin wel te betreuren is : precies deze authentieke constructie-elementen werden op die manier helaas onzichtbaar.

Wel enigszins zichtbaar op deze foto (vooraan), en meteen een wezenlijk en structureel probleem, is het water: dat vanaf september stijgende grondwater en instromende regenwater voorspelde een zware klus. (Foto Iain McHenry)


FOTO 20 - Tijd dus om een aanvang te nemen met de voorziene oplossing : drainage. Indien daar immers geen mouw aan gepast zou worden, dan zou het niet alleen onmogelijk worden om verder te werken aan de restauratie, maar zou de loopgraaf later tevens ontoegankelijk zijn voor bezoekers. Niet alleen in de winter, maar ook tijdens het grootste deel van het jaar. En nog erger : het water zou niet alleen de wanden bedreigen met afkalving, maar de bodem van de loopgraaf zelf onzichtbaar maken. En wat is het nut van een gerestaureerde maar onzichtbare en ontoegnakelijke loopgraaf ?
De oplossing : drainage, naar de riolering dus. Uiteraard is zo'n noodoplossing niet echt authentiek-historisch. Hoe dan ook, er werd over de hele lengte van de loopgraaf, zowat 50 meter, een drainagebuis aangebracht in de onderste helft van de A-frames.

Vervolgens werd die over dezelfde afstand ingebed in een dikke laag kiezelstenen om doorsijpeling van het water toe te laten en dichtslibbing te voorkomen (een kiezellaag van ongeveer een halve meter breed en even hoog).

Restte dan nog de taak dwars over het perceel de buis aan te sluiten aan het bestaande rioleringssytseem van de Bargiestraat. Dit zou - om administratieve redenen - nog een tijd duren. (De noodzaak van de scheiding van oppervlaktewater en rioolwater speelde daar een beslissende rol in). Maar het moet gezegd : toen die aansluiting een feit was, werkte het systeem perfect en was een zucht van opluchting van onze kant tot ver hoorbaar. Weg de dreiging van 'trench feet' …

FOTO 21

Maar ondertussen was er nog ander werk aan de winkel. Bijvoorbeeld de herstelling van de bovenste treden van de zuidelijke toegang.

Daar de aarde er destijds zoals gezegd op onoordeelkundige en brutale wijze tot op relatief grote diepte weggeschept geweest was, werd dit een heel secure klus, met heel wat meet- en paswerk.

Op de foto Diggers Patrick Van Wanzeele (links) en André Hooreweghe. (4 okt. 2002)


FOTO 22

Meteen daarna drong zich ander werk op. De wanden van de loopgraaf waren dringend toe aan versteviging. Niet alleen om te voorkomen dat het winterweer ze zou doen afkalven, maar ook als steun voor het aanbrengen van de zandzakken. Dus werd over heel de lengte van de loopgraaf, aan weerszijden (2 x ongeveer 50 meter) een houten plankenwand aangebracht van ongeveer 0,70 meter hoog. (Foto 5 okt.)

En met deze versteviging hielden wij onszelf zoet in de wintermaanden oktober - januari. Op een uitermate moerassig terrein. Of bij vriesweer op bikkelharde betongrond, waarbij de loopgraafwanden eerder uitgehakt dan uitgespit moesten worden.


FOTO 23

Daarna werden de toegangen aan de binnenkant opgelapt : aan de plafonds enkele golfplatenplaten, en (voor de noordelijke toegang) aan de wanden ook planken, zoals dat bij de originele constructie het geval geweest was.

Al wisten we dat het water uiteindelijk een heel stuk hoger zou staan dan hier gesuggereerd wordt op deze foto van de tot op bijna halve diepte leeggepompte trappenschacht. (Het water zal inderdaad stijgen tot op de waterlijn die min of meer merkbaar is op de beide zijwanden.) (Foto 21 februari 2003)


FOTO 24

En toen brak op 22 februari 2003 de dag aan waar lang naar uitgekeken werd : zandzakjes vullen. Het had immers nogal wat voeten in de aarde gehad om zandzakjes te vinden die de juiste afmetingen en het geschikte volume hadden.

Maar toen was het zover. André Hooreweghe (midden) kon met zijn ervaring als voormalig metaalarbeider en zijn knutseldrift een systeem leveren waarbij de vele zandzakken vlot konden worden gevuld, zonder risico van bloedende handen bij degenen die de zakjes voor het vullen zou moeten openhouden.

En zo konden Diggers Egon Soenen (links) en Patrik Indevuyst de eerste exemplaren vullen. Nee, niet met 'vaderlandsche' grond, maar met 'stabilisé' (een mengsel van zand + cement). Hoeveel zakjes, en hoeveel kubieke meter stabilisé daarvoor nodig zouden zijn ? Daar hadden we toen nog geen benul van. De eerste berekeningen zouden immers achteraf faliekant verkeerd blijken.

FOTO 25

En toen werden laag na laag de zandzakken aangebracht. Voor dit alles (vullen, ter plaatse sjouwen, met de nodige precisie gelijkmatig en solide deponeren langsheen de zijwanden) was heel wat mankracht nodig.

Ten slotte zou de zandzakkenkarwei toch nog 16 namiddagen in beslag nemen.


FOTO 26

8 maart 2003 : halve hoogte.

Toen wisten we nog niet dat het uiteindelijke aantal om en bij de 5000 zou bedragen …


FOTO 27

Met op 29 maart 2003 (d.i. ongeveer halfweg de zandzakkentermijn) dit voorlopig resultaat. De rugwering moest toen nog een laag of twee hoger reiken, maar vooral : de borstwering zou een nog veel massalere hoeveelheid zandzakken vereisen. Maar vele handen maken licht werk. We kregen al eens steun van sympathisanten - de Vrienden van het In Flanders Fields Museum - en ook toevallige bezoekers staken wel eens een zandzakje toe. Onder hen - natuurlijk - ook Britse bezoekers, die week na week de vorderingen kwamen 'inspecteren'. Op 29 maart 2003 kregen we een paar uur daadwerkelijke steun van John Bowring (Tetbury, Gloucestershire, UK).

In z'n brief van 21 februari had hij geschreven: "It's very kind of you to let me join you". Toen wisten we nog niet wat hij met dat 'joinen' precies bedoelde. Een kijkje nemen ? Gewoon wat gezelschap houden ?… Toen hij op 29 maart arriveerde, z'n werkkleren aantrok en z'n schop ter hand nam, wisten wij het echter meteen ... Terug in het Verenigd Koninkrijk, nadat wij hem deze en enkele andere foto's gestuurd hadden, schreef hij : "The photographs will remind me of the best day I have ever spent in the Ypres Salient over 20 years. I have only one regret, it is that the distance does not allow me to ask if I could join you on Saturday afternoons."

FOTO 28

En hier (op 19 april 2003) naderen we al het einde van de zandzakkenkarwei. Maar nog is de borstwering niet volledig.

En ook de trenchboards moeten nog aangebracht worden op de loopgraafbodem.

En de smerigste klus moest nog komen : het 'kaleien', bepleisteren van het geheel met cementpap, omwille van de duurzaamheid. Dat de bepleisteraars bij die karwei na een paar uur uiteindelijk even bepleisterd zijn als de loopgraaf zelf, hoeft geen betoog.


FOTO 29

22 mei 2003

Het eigenlijke loopgravenwerk zit erop.

Hier en daar nog wat pas- en meetwerk om de duckboards te laten aansluiten, zodat bezoekers geen gestruikel of verzwikte enkels riskeren, en in de vooravond kan Patrick Van Wanzeele de laatste spijker op de kop slaan.


FOTO 30 - En op de valreep, op 24 mei 2003, nadat die dag nog wat oppervlaktewerk gedaan werd, kon deze opname gemaakt worden. Ongeveer 60 werknamiddagen, hoofdzakelijk op vrijdag en zaterdag, met een gemiddelde sterkte van 5 of 6 man, zaten erop. Net op tijd, want: daags voor de officiële opening. Maar dat is voor een volgend artikel.



© 2001 The Diggers - Contact
Webmaster