Activiteiten van De Diggers - DE WELL GATE

De geprospecteerde Boezingse kanaalsite was op bepaalde momen­ten dooraderd met loopgraven. Dit wordt zeker duidelijk als men deze loopgraven, waarvan sommige maar een kort leven beschoren was, bijeenbrengt op een overzichtkaart (zie : Wie weet wat ? Loopgraafkaarten / Trenchmaps). Enkele ervan dragen op officiële trench maps of op kaartschetsen in regimentsgeschiedenissen en war diaries een naam. Aan Britse kant treffen wij bijvoorbeeld Wyatt's Lane, Barnsley Road, Compton Corner, Colne Valley, Prowse Junction, Skipton Road aan (om alleen maar op de site of de onmiddellijk omgeving te blijven). En aan Duitse kant (op Britse kaarten dan) : Cable Trench, Cactus Trench, Caddle Trench, Caesar's Nose ...

Een van de loopgraafnamen die ons het meest intrigeerde was de Wellgate. Ook al omdat hij in tegenstelling tot de andere niet samengesteld was met een persoons- of plaatsnaam. En ook omdat hij een eerder romantische gevoelswaarde opriep, al is dat natuurlijk wel een heel subjectief element. 'Well' betekent immers : een waterput, een stenen schacht voor het bovenhalen van water uit een onderaardse bron. En 'gate', dat in het huidige Engels 'poort' betekent, kan in zijn oudere en vooral Noord-Engelse betekenis ook een 'straat' of 'weg' zijn. De Waterputweg... Geef toe, het prikkelt de verbeelding.

Maar eerst even de plaatsen vermelden waar die Wellgate aangeduid staat, en waar hij gesitueerd dient te worden.

Illustratie 1 - Uit : E. Tempest, History of the 6th Battalion West Yorkshire Regiment, vol. I, Bradford 1921, p. 60. Toestand najaar 1915.

Loopgraven aangelegd door 1ste Bn. Somerset Light Infantry, 1ste Bn. Rifle Brigade en 1ste Bn. East Lancashire Regiment. De Wellgate blijkt de tweede loopgracht te zijn achter de meest vooruitgeschoven Britse eerste lijn, zowat 200 m achter die eerste lijn. Hij loopt vanaf het kanaal oostwaarts en mondt uit in de Barnsley Road, op een punt nu onder de gebouwen van het voormalige (naoorlogse) Klein Zwaanhof.

We treffen de Wellgate op dezelfde plaats aan in : E. Wyrall, The West Yorkshire Regiment in the War 1914-1918, Londen, dl. 1, p. 142 (kaart met aanduiding posities 49ste Div., winter 1915-1916).

In de linkerbenedenhoek : Talana Farm. Het is op Talana Farm Cemetery dat de meeste Britse soldaten begraven liggen, gesneuveld op de site, voornamelijk begin juli 1915. Althans zij die een graf gekregen hebben. Meer dan de helft (zowat 200) werd immers gerapporteerd als 'missing', en hebben voor altijd hun laatste rustplaats op deze slagveldsite...

Een kaart in : W. Somerset e.a., On the Western Front - 1/3rd Monmouthshire Regt., Abergavenny, 1926, toont eveneens de Wellgate. De andere loopgraven van de daarnet vermelde bronnen zijn er evenwel niet allemaal op terug te vinden. Een ander belangrijk verschil is dat de Wellgate oostelijk hier niet uitmondt in de Barnsley Road, maar noord­oostelijk afzwenkt naar de Moortelweg (toen ook Wielkensstraat, en nu op die plaats gesupprimeerd).

Vooral die knik in het tracé intrigeerde ons. Daar moest een verklaring voor zijn. En die moest te maken hebben met de naam Wellgate. Vlak in de buurt, op een vijftigtal meter, lag weliswaar een natuurlijke vijver, een drenkplaats met enkele knotwilgen, maar dat kon geen 'well' zijn, en die was overigens op geen enkele kaart aangeduid. Ook niet op vooroorlogse kaarten. Waarschijnlijk was dit dus een na de oorlog vergrote obusput.

In september 2000 werd het raadsel opgelost : toen werd eerder bij toeval de well zelf gevonden. De dagen voordien was bij het aanleggen van de oprit van het bedrijf Ypes NV al de bodem blootgelegd van wat waarschijnlijk de Wellgate geweest was, met honderden Britse Lee Enfield-patronen in de buurt. Maar de well zelf vinden, dat was pas voor 15 september 2000.


Vrijdag 15 september 2000

Een krachtig metaaldetectorsignaal op ongeveer 20 meter ten oosten van de Bargiestraat, doet ons na wat mechanisch graafwerk op twee olifanten­platen (golfijzerplaten) stoten. Eronder : één jerrycan. Maar vooral, op 0,90 m onder het grasniveau, iets wat op een metalen platform lijkt, maar bij nader toezien bestaat uit 29 netjes naast elkaar geplaatste Britse smalspoorrails (décauville), van 2,10 m lengte, rustend op een ronde bakstenen rand.

Johan Verbeerst en Piet Demeester, staande op het platform van een dertigtal décauville-rails.

Patrick Van Wanzeele (voorgrond) heeft zojuist even voorlopig met z'n spade in het water gepeild. Dit moet inderdaad een gemetste waterput zijn : de well !

Een langere peilstok zou kort daarna 6,30 meter aanwijzen.

 

De afgebrokkelde kraag van deze waterput blijkt uit gele en rode bakstenen te bestaan. Dat die niet door Britse troepen ter plaatse gedolven en gemetst was - zij hadden in het onmiddellijk zicht van de Duitsers wel ander werk te doen - was meteen duidelijk. En we herinnerden ons ook wat we al voordien gemerkt hadden op een oude kadastrale kaart (de zgn. Popp-kaart, van ca. 1850) : op deze plaats stonden twee woningen (kleine boerderijtjes, met een hoek aan mekaar palend). Losse bakstenen ervan waren voordien bij het prospecteren overigens al gevonden. Het was ons ook opgevallen dat deze woningen niet meer terug te vinden waren op een militaire kaart van 1911, dus even vóór de oorlog. Maar wat we toen niet wisten, zien we nu : waren de gebouwen zelf gesloopt (einde 19de of begin 20ste eeuw ?), de waterput die erbij hoorde was gebleven. En die werd door de Britse troepen blijkbaar benut als drinkwaterput. Maar dat laatste zou pas later, na het leegpompen bevestigd worden...

Fragment van de zgn. Popp-kaart (kadasterkaart) van omstreeks 1850. De twee woningen die reeds vóór de oorlog gesloopt waren zijn duidelijk te zien. Op de kaart hebben wij aangebracht :

  • de waterput (well) nabij een van de woningen, bij benadering
  • de Wellgate (geel)
  • de 1ste Duitse lijn
  • de omgrenzing (gedeeltelijk) van het geprospecteerde gebied (rode streepjeslijn)
  • de in 1998 aangelegde Bargiestraat..

Merk op dat het tracé van de Kleine Poezelstraat sindsdien gewijzigd is : het stuk A-B was vóór de oorlog al vervangen door A-C. Het stuk C-D van de Wielkensstraat (sindsdien Moortelweg genoemd) is sinds de aanleg van het industrieterrein gesupprimeerd.


Vrijdag 22 september 2000

Vlak bij de put wordt 's avonds de originele pomp aangetroffen. De ingegoten tekst erop : T&J HOSKING LTD ENGINEERS LONDON SE. Daaronder het fabricagejaar 1915, en het serienummer 457.

Weer in het daglicht

- al was het hier al avondlicht - na 85 jaar.

Zaterdag 23 september 2000

Een stuk loopgraaf van 3 meter, met duckboards, westelijk aansluitend op de well, worden blootgelegd. Er is bezoek van WTV (West-Vlaamse TV), een Canadese tv-ploeg, een Nederlands journalist (archeologisch magazine Scara­bee), en vooral : van een delegatie van de Durham Light Infantry Association. Zij waren immers op de site neergestreken tijdens hun 'Millennium Pilgrimage to Belgium and France', meer bepaald voor het bijwonen die dag om 14 uur van de teraardebestelling op Cement House Cemetery (Langemark), enkele kilmometer hiervandaan, van een soldaat van de Durham Light Infantry, wiens stoffelijke resten door ons team gevonden waren op 26 mei 2000.

Wij citeren uit het artikel dat korte tijd later verscheen in het tijdschrift van de Chester-le-Street DLI Association Branch, van de hand van Clive Bowery.

"We brachten een kleine drie kwartier door op de Boezingse kanaalsite, waar ons getoond werd waar de resten van de DLI soldaat gevonden waren, en waar we van Digger Jacky Platteeuw uitleg kregen over de werkzaamheden van de Diggers. We brachten ook een bezoekje aan de andere Diggers, die op dat moment in de nabijheid aan het werk waren. Net op dat ogenblik werd een Britse duckboard blootgelegd, na 80 jaar ondergronds in de grond geborgen geweest te zijn. We zagen ook hoe een Britse munitiekist opgegraven werd, waarbij bij iedere spadesteek .303 munitie bovenkwam.

Ter plaatse werd tot slot een korte herdenkingsplechtigheid gehouden voor onze gevallen DLI kameraad. Het was een eer en een voorrecht rondgeleid te worden op de site, en danken de Diggers voor de ontvangst en ook voor het werk dat ze verricht hebben en nog zullen verrichten in de streek van Ieper."

En we geven het toe : toen we de tonen van de Last Post over de Boezingse kanaalsite hoorden klinken op deze zonovergoten warme septemberdag, kregen we toch wel even rillingen...

Leden van de Durham Light Infantry Association op bezoek op de site.

Een emotioneel moment :

de klaroenen laten een Last Post weerklinken over de site, ter nagedachtenis van de gevonden DLI soldaat, en van de vele tientallen gesneuvelden die er nog liggen.

Voor eeuwig.

Vrijdag 29 september 2000

Het hoogtepunt nadert : de well wordt vanaf kort voor de middag leeggepompt, wat toch wel een paar uur in beslag neemt. En wanneer het water maar een paar decimeter meer hoog staat, worden een tiental smalspoorrails weggenomen en wordt een ladder neergelaten.

Leeggepompt en klaar voor inwendige exploratie : de well.

Nadat enkele elementaire voorzorgsmaatregelen genomen zijn, de wanden van de kokervormige ruimte visueel gecontroleerd zijn op hun stabiliteit, en de kraag van de put vrijgemaakt wordt van loszittende bakstenen die dreigen naar beneden te ploffen, daalt een van de Diggers in de diepte. (Nee, niet een van het jonge zot geweld, maar van de oude garde van gepensioneerden, inclusief de videocamera. Die wil wel eens aan den lijve en aan de ziel ervaren wat het is neer te dalen in een diepte waar de voorbije 80 jaar - of wie weet, meer dan 150 en meer jaar - geen levende ziel vertoefd heeft.)

Een Digger in de put ... 6,60 m, om precies te zijn.

De rood-geel afwisselende rijen bakstenen waren opvallend.

Wie gehoopt had dat op de bodem een schat van oorlogsbuit zou te rapen zijn, komt evenwel bedrogen uit. Met de handen over de houten bodem woelen, levert amper een 5-tal cm slib op. Verder niets. Behalve, langs de wand dan, een loden pompbuis.

En deze afwezigheid van enig materiaal is natuurlijk ook begrijpelijk : de put was bestemd als drinkwaterreservoir, en moest per se proper gehouden worden. En na de oorlog beletten de smalspoorrails dat er bij de opruimactie allerlei rommel in de put terecht kwam.

Nadat de opmetingen gemaakt zijn, wordt de well weer afgedekt met de rails. Weer een mysterie minder. Op dus naar het volgende. En dat ligt een kleine 100 meter westelijk : de verdere exploratie van de International Trench. Maar dat is dan voor een volgend artikel in de rubriek Loopgraven.

Bovenzicht van de well (cirkel), met de afdekkende smalspoorrails, en de loopgraaf zoals die erop aansluit.
Totale lengte van het blootgelegde tracé : bijna 13 meter (duckboards van 2,00 m lengte en 0,34 m breedte).

 

Wat er met de Well zal gebeuren ? Dempen ? Als dat niet (een historisch-archeologische) wandaad zou zijn ! Met de eigenaar werd afgesproken dat deze waterput, die gelukkig niet onder de bedrijfsgebouwen komt te liggen, maar net op de rand van de oprit, geïntegreerd zal worden in de beplanting. En we nemen ons voor er later een bord op aan te brengen met een woordje uitleg over de historische betekenis.

 


© 2001 The Diggers - Contact
Webmaster