Activiteiten van De Diggers - Bommen en granaten

Tijdens onze prospectie, waarbij de metaaldetector in niet onbelangrijke mate richtinggevend is, is het evident dat de opgevangen signalen in een absolute meerderheid van de gevallen afkomstig zijn van resten van obussen en andere munitie : meestal brokstukken van artilleriegranaten, loden bolletjes uit shrapnels (granaatkartetsen), soms koppen van de projectielen, enz.

Van tijd tot tijd blijkt het signaal ook afkomstig te zijn van blindgangers, van niet-ontplofte oorlogsmunitie. Dat die tuigen met de nodige omzichtigheid gehanteerd word, is duidelijk. Ze worden hoogstens indien nodig - om veiligheidsredenen bijv. - verplaatst. Van enige mechanische behandeling of wat ook maar op ontmanteling zou lijken, is natuurlijk geen sprake.

Helaas gebeurt het wel eens dat 'bezoekers' met verzamelaarsintenties de site aandoen. Dat soort lieden proberen wij op een afstand te houden. Dat deze onverantwoordelijken niettemin toch hun verzameling soms op die manier trachten aan te vullen en daarbij ernstige risico's lopen, kunnen wij alleen maar als een uiting van dwaasheid bestempelen.

Veelal worden deze projectielen indien niet meteen opgehaald, op een veilige plaats verstopt. Voor korte tijd, om bij de eerstvolgende gelegenheid, na contact via de federale politie opgehaald te worden door DOVO (Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen, in Poelkapelle, of in de volksmond gesitueerd in het naburige Houthulst). Wanneer het gaat om aanzienlijke hoeveelheden munitie, en vooral gevaarlijke (toxische) munitie, dan wordt erop aangedrongen dat DOVO meteen uitrukt voor ophaling.

Hierbij moet nog gezegd dat op de Boezingse kanaalsite ook oorlogsmunitie blootgelegd wordt door de graafmachines bij de werken : in de zomers van 1998 en 1999 waren dat voornamelijk de wegeninfrastructuurwerken, vervolgens in 2000 en 2001 de grondwerken bij de oprichting van de bedrijfsgebouwen op dit stuk Ieperse industriezone.

DOVO beantwoordt per jaar gemiddeld 3500 interventie­aanvragen. Jaarlijks wordt 300 ton munitie opgehaald voor neutralisering en vernietiging. Tweederde van de aanvragen en van de opgehaalde tonnage is afkomstig uit de Westhoek, meestal gevonden door landbouwers tijdens het bewerken van de landbouwgronden. Voor een deel - en we hebben er geen idee van hoe groot dit deel proportioneel is - dus ook blootgelegd op de Boezingse kanaalsite.

Op 26 mei 2000 was de hoeveelheid gevonden munitie zo aanzienlijk dat DOVO tot tweemaal toe moest langsrijden voor ophaling.

In de onmiddellijke omgeving van de Bargiestraat (in aanleg) wordt een artilleriegranaat door DOVO-personeel opgehaald.

Wat volgt is een heel beperkte selectie fotomateriaal van opgegraven springtuigen. De vermelde technische gegevens zijn onder enig voorbehoud, daar deze vooral op basis van de foto's opgemaakt werden, en niet rechtstreeks visueel op basis van de tuigen zelf, die ondertussen al opgehaald zijn voor vernietiging. Graag bedanken wij hierbij Tony Debruyne (Ieper) voor zijn onontbeerlijk advies. Voor zijn deskundigheid ter zake hebben wij een immense bewondering.

OBUSSEN

Obussen zijn kanonprojectielen, artilleriegranaten. Daaronder vallen zowel springgranaten als shrapnels (granaatkartetsen) en gasgranaten.

Bekend zijn de shrapnels (schrapnels). Dit was een anti-personeelgranaatkartets gevuld met ongeveer 365 loden kogels en voorzien van een tijdbuis die de granaat tot ontploffing bracht in de lucht. Daarbij werden de kartetskogels, net als de hagel uit een jachtpatroon, op de vijandelijke troepen uitgespuwd. Dat deze loden kogels ('lootens', 'marbels') in de jaren na de oorlog door de jeugd naarstig geraapt werden op de omgeploegde akkers – voor de opbrengst - zullen velen zich nog wel herinneren.

Bijgaande foto toont een greep van deze loden kogels, samen met andere opgegraven wapens, met ook een groot signaalpistool, zoals getoond op onze tentoonstelling in november 2000.

5 op een rij. Begin juli 2000 gevonden nabij de eerste Duitse linie, poseerden deze knapen van klein naar groot voor de foto. 's Anderendaags zou het overigens te laat geweest zijn, zo bleek, want toen waren deze exemplaren door een onverantwoordelijke in de koffer van een wagen geladen...

Van links naar rechts :

- Britse 18-ponder (shrapnel)
- Britse 60-ponder (springgranaat)
- Duitse of Britse (?) 21 cm obus
- Britse 9,2 inch obus (23 cm)
- Duitse of Britse (?) 12 inch obus (30,5 cm), grootte ongeveer 70 cm

30 dec. 2000 : de laatste diggersdag van het jaar, dat afgesloten wordt met een stevige knaap : een Britse 12 inch (30,5 cm) van om en bij de 80 kg, omtrek bijna 90 cm.

17 gasgranaten (met klotsende toxische inhoud) gevonden in een klein depot nabij de International Trench (11 sept 1999).

Tijdens prospectie n.a.v. de aanleg van de Zuiderring (Ieper) werden tal van Britse 18-ponders aangetroffen. De foto toont 8 van deze artilleriegranaten die blootgelegd werden op 7 april 2001 : de aangekoekte en gecorrodeerde obussen zelf, op de hulzen (‘douillen’), waarin de aandrijflading zit (de bundels kordietstaafjes, die in het buitzoekersjargon ‘spaghetti’ genoemd werden).

Picrine, substantie voor ladingen van artilleriegranaten. In deze kleur te determineren als Brits.

LOOPGRAAFMORTIEREN

Loopgraafmortieren vuurden explosieve projectielen af op kortere afstand, in een gebogen baan : mortiergranaten (met drijfband) en mortierbommen (met staartvinnen). Ze werden gebruikt om vijandelijke loopgraven, mitrailleursposten, schuilholen en prikkeldraadversperringen te vernietigen.

Een 'Trench Howitzer' (loopgraafmortier), blootgelegd in het niemandsland (17 juni 2000).

(De betekenis van de cijfergegevens 08 11-15.P. is ons onbekend.)

Op 6 januari 2001, in uiterst gure weersomstandigheden wordt nadat de avond reeds geruime tijd gevallen is, op 1 m diepte onder enkele golfplaten nabij de Britse gevechtslinies een klein munitiedepot aangetroffen.

De halfvergane houten kistjes bevatten ladingen voor 'kaasbollen' (door de Britse soldaten 'toffee apples' of 'plum puddings' genaamd), enkele nog in de kartonnen kokers.

Enkele bundeltjes kordiet, gemiddeld 3 cm diameter.

Deze aandrijfladingen (en bijhorende aandrijfpatronen) waren bestemd voor een 2 inch mortier.

 

Een zware Duitse mortierbom, door de Britten 'flying pig' genoemd (vliegend varken) of een 'weary Willie' (vermoeide Willie ; 'weary' omdat het tuig eerder traag voorbijvloog, en 'Willie' misschien als zinspeling op Kaiser Wilhelm). Deze eerder grappige benamingen wogen hoe dan ook een stuk lichter dan de technische benaming : M.L., H.E., 9.45 inch, voor deze knaap van 69 kg (152 lb.) en 24 cm diameter.

Leuk detail : bijgaand exemplaar werd gevonden net onder de vloer van een gesloopte woning. Wat verklaart waarom een van de vier staartvinnen simpelweg met de hamer platgeslagen was, om een effen vloer mogelijk te maken. Men had het tuig destijds bij het vloeren natuurlijk ook uit de grond kunnen hijsen, maar blijkbaar verkoos men - uit onwetendheid ? – een paar kloppen van de hamer.

3 maart 2001 : Even wordt het terrein verlegd naar het naburige Houthulst. Een landbouwer vermoedt dat er op geringe diepte onder zijn akker een depot springtuigen ligt. Dat klopt : we vinden o.a. 57 Duitse mortiergranaten (werpmijnen, Wurfminen of 'Tauben'), van het type pineapple (ananas, uitwendig gewafeld (1916), met staartvinnen, en 28 cm lang).

 

In mei 2000 wordt het terrein van Pinguïn NV genivelleerd en de ondergrond gestabiliseerd.

Dat daarbij onder dit vroegere niet of nauwelijks geprospecteerde grasland wel iets aan de oppervlakte zou komen was evident.

Een kleine greep : boven en onder twee gasprojectielen voor Livens Projectors (diameter ong. 20 cm ; gewicht 28 kg, waarvan 13,6 kg fosgeengas.

Verder op de foto nog twee Duitse obussen van 15 cm. (Voor meer gegevens over de Livens Projector, zie volgend artikel De Livens Projector)

Een Livens Projector is blootgelegd door de freesmachine en blijkt z'n gasprojectiel met de elektrische draden voor de ontsteking nog te bevatten.

Eind juli 2001 werd de Britse dug-out nogmaals leeggepompt en de noordelijke toegang uitgebaggerd. Onder aan de trap werden twee (lege) kisten aangetroffen. De oorspronkelijke inhoud : 5 ladingen voor Livens Projector. Voor ze in Boezinge belandden, hadden ze zo te zien al de Kanaalovertocht van Newhaven (Zuid-Engelse kustplaats nabij Brighton) naar Boulogne achter de rug.

HANDGRANATEN

De breedte van het niemandsland op de Boezingse kanaalsite schommelde tussen de 40 m en een goede 100 m. Ideaal dus om patrouilles en sappers toe te laten gebruik te maken van handgranaten. Daar de eerste linies op deze plaats meer dan 2 jaar lang aanwezig waren, werden dan ook verschillende types aangetroffen.

Britse Mills-granaat, op 26 juli 2001 gevonden in de Britse Yorkshire dug-out. Mills-granaten, eind 1915 ingevoerd, waren de effectiefste granaat bij de geallieerden.

Deze gietijzeren bom met tijdontsteking, in de vorm van een tonnetje, vertoonde groeven. Deze wafelstructuur was er naar verluidt om een betere greep mogelijk te maken, zeker in de modder, maar had ook tot belangrijk gevolg dat de granaat bij ontploffing in dodelijke scherven uiteenspatte. Tegen het einde van de oorlog waren er ruim 50 miljoen van geproduceerd.

Een dozijn Mills-granaten is de modder in de Britse Yorkshire dug-out (1917), toen hij voor de eerste keer toegankelijk gemaakt werd in febr. 1992.

De kleur links is te verklaren doordat gecorrodeerde golfplaten van de plafonds neergezakt waren op de granaten.

 

Houten kist voor de helft nog gevuld met Mills-handgranaten (waarschijnlijk Mark I) in een Britse firepit (kruispunt Moortelweg - Kleine Poezelstraat).

16 mei 2001 - In wat rest van de Duitse versterking in de 1ste linie (april 1915 - juli 1917), op kaarten aangeduid als Fortin 17, wordt een kist aangetroffen met een aantal Duitse steelgranaten. Deze granaat, door de Duitsers zelf soms 'Kartoffelstampfer'genaamd, door de Britten 'potato masher', en door de Vlamingen 'patattenstamper'), was een cilinder van dun metaal met een explosieve lading gevuld. Door een holle handgreep liep de lont. Door te rukken aan een touwtje voorzien van een porseleinen pareltje werd het detonatie­mechanisme (door wrijving) in werking gesteld en kwam de granaat na 5 1/2 seconde tot ontploffing. De steelgranaat kon verder gegooid worden dan de Mills-granaat, maar was minder dodelijk omdat ze haar effect meer aan detonatie dan aan fragmentatie dankte.

Hoewel op het eerste gezicht vrij gaaf bewaard, bleken deze exemplaren, mede door het dunne metaal, vrij bros geworden.

Op een hondertal meter meer noordwaarts werd een 'eenzame' steelgranaat bovengehaald. Duidelijk leesbaar op de steel is de detonatietijd (5 1/2 Sek.). Op de achterkant van de steel zou de fabricagedatum 19.6.17 ons nog meer intrigeren, want dat was amper 5 weken voordat de Duitsers achteruit­gedreven werden bij het begin van de Derde Slag om Ieper (Slag om Pilkem Ridge).

 

Eveneens gevonden in Fortin 17 : een Britse eigranaat n° 34 Mk III B ('egg grenade', door de Duitsers 'Osterei' (paasei) genoemd).

Nog leesbaar : het fabricagejaar 1917.

Gevonden op 30 juli 1999 :

14 geweergranaten Hale .303 short rifle - n° 3 Mk I of II (1915)

Een rij Duitse Kugelgranaten (door de Britten 'cricket balls' genoemd, diameter 7,5 cm), netjes op een rij, met ontstekers, klaar om geworpen te worden.

(Gevonden nabij de International Trench op 20 aug. 1999)

Ontstekers voor Kugelgranaten, in een etui met enkele tientallen exemplaren ervan, gevonden boven op een voorraad Kugels.

Drie Diskus Handgranaten (Schildkröte, Krabbe, Krebs ; Fr. tortue, crapaud ; Eng. toads) van een vroeg Duits type. (Hier het kleine type van 8 cm diameter), gevonden nabij de Südspitze van de International Trench (26 juli 1999). De slagontstekers zijn duidelijk zichtbaar. Bij het neerkomen deden die de percussiegranaat tot ontploffing komen.

Een Britse handgranaat n° 1 MK I, gevonden juni 1999. De steel op dit exemplaar is afgebroken. Deze mat 35 cm. Aan deze steelhandgranaat waren ook ongeveer even lange repen weefsel (streamers) bevestigd, als stabilisator, om de granaat met de ontsteker op de grond te doen vallen.

Op verplaatsing in Houthulst (3 maart 2000) wordt samen met de werpmijnen (zie hoger) ook nog een aanzienlijke voorraad (640 !) Duitse eiergranaten gevonden.

GEWEERMUNITIE en MACHINEGEWEERMUNITIE

Aaneengeklitte verpakkingen met patronen voor Lee Enfield (zomer 2000). Deze zaten in een (vergaan) houten kistje en waren in textiel verpakt.

Dat de geweermunitie die bovengehaald wordt na meer dan 85 jaar niet meer in perfecte staat is, is evident.

Meestal zien de patronen er niet beter uit dan op de clips boven (rechts Duitse Mauserpatronen, links Britse Lee Enfields).

Wanneer de patronen echter diep in de bodem aangetroffen wordt, en dan vooral in de blauwe klei, dan gebeurt het niet zelden dat ze er nog heel gaaf uitzien.

Wat spoelen en hoogstens wat wrijven met koperpoets geeft dan het resultaat zoals de blinkende (inerte) exemplaren onderaan op de foto.

 

25 Franse kogels, het merendeel met diverse graden van kromming. Deze Franse kogels (balle D) waren volledig in brons. Afgeschoten exemplaren bleven hun vorm behouden indien er geen impact was ; in het andere geval waren ze in geringe of in grote mate verbogen naargelang de inslag geschiedde op bijv. zacht hout dan wel hard metaal).

Een kist met een patronenband .303 voor Vickers MG (Machine Gun) (zomer 2000).

Detail van een patronenband nog opgevouwen in de metalen kist, voor een Duitse Maxim mitrailleur (Maschinengewehr 08 en 08/15)

Lader van een Lewis Machine Gun, gevonden in de Britse Yorkshire dug-out (1917) in februari 1992. De Lewis Gun steunde op een tweepoot, maar kon ook vanaf de heup geschoten worden. Na oktober 1915 was dit de standaardmitrailleur van de Britse infanteriebataljons ; hij was lichter en van een magazijn voorzien i.p.v. een patronenband.

 

MYSTERIEUZE BAKJES

In aug. 1999 werden 3 mysterieuze geasfalteerde houten bakjes blootgelegd, later in de zomer van 2000 nog eens gevolgd door 5, op een diepte van 0,5 tot 1,5 m, telkens in de onmiddellijke omgeving van de in juli 1915 sterk bevochten International Trench (voornamelijk de Südspitze ervan, zoals de Duitsers zuidelijke punt noemden).

Ze blijken gemaakt uit ruw plankenhout van ong. 2 cm dik, met bovenaan twee latjes.

De bakjes zijn 27 cm lang, 20,5 breed en 14,5 hoog. Het asfaltpapier bestaat soms uit twee of drie lagen en moet de inhoud beschermen tegen vocht.

 

Deze inhoud bestaat uit (oorspronkelijk) 27 in papier verpakte geelachtige blokjes ter grootte van een stuk zeep (7 x 5 x 3 cm). Sommige blijken leeg, al is de papieren verpakking intact. Erop een rond verzegelend maar soms doorboord klevertje (2,5 cm) met de tekst Fp. 02 LINDENHOF 1903 Lief. 3 HANAU 1904. Lief. 13. Ook het jaartal 1913 wordt aangetroffen, en op één staat Schönebeck i.p.v. Lindenhof. (Hanau is een stad 20 km ten oosten van Frankfurt.)

Later labo-onderzoek toonde aan dat dit Füllpulver (Fp) TNT was (Tri-Notro-Toluol). Smeltpunt ong. 81 °C. De substantie werd gebruikt als springlading voor artilleriegranaten zowel in gesmolten als in samengeperste vorm, en verpakt in verniste papieren kardoespakjes. Wat ons evenzeer interesseerde was de bestemming van de substantie in de bakjes zoals wij ze vonden. Hierbij moeten we het stellen met gissingen.

Aangezien er ook elektrische draden gevonden werden die naar de kistjes leidden, zou het kunnen gaan om een soort 'boobytrap', die onder de loopvlonders (duckboards) werd geplaatst en die bij betreding tot ontploffing kwam. Het kan ook een vernielingslading geweest zijn, die hier en daar in de borst- of rugwering van een stuk loopgraaf werd aangebracht en die van op afstand elektrisch tot ontploffing kon worden gebracht, bij het innemen van die plaats door de vijand. Nog later zouden we vernemen dat de lege verpakkingen paraffine moeten bevat hebben. Voor extra rookontwikkeling ?

 


© 2001 The Diggers - Contact
Webmaster