Activiteiten van De Diggers - ZOMER EN NAJAAR 1999: EEN RIJKE OOGST

Voor de Diggers was de tweede helft van 1999 een uitermate productieve periode. Ook het buitengewoon gunstige en zonnige weer op de Diggersdagen droeg er in niet geringe mate toe bij dat heel wat interessante vondsten gedaan werden. En niet onbelangrijk : de productiviteit werd nog opgedreven door een nieuwe Digger : Johan Verbeerst (Boezinge), die zich eind augustus bij het team voegde.

Wat hierna volgt is een heel beperkte selectie van de dagen dat er gewerkt werd op de site, alsook een bescheiden greep uit het fotomateriaal.

We nemen een aanloop in juni van dat jaar. Halfweg de maand werd een duidelijk detectorsignaal waargenomen boven een stuk niet te merken loopgraaf in het noordelijk deel van de site. Patrick Van Wanzeele ontdekt er Britse geweerkogels, en tot zijn niet geringe verbazing ook ... de bovenhelft van een kunstgebit ! (Foto 1) Ja, ook in 1915 werden al kunstgebitten gemaakt. Op de plaats van het ontdekte gebit zouden zich de resten van zes gesneuvelden bevinden.

Foto 1 - De resten van een schedel, met ... het bovendeel van een kunstgebit.

Vrijdag 2 juli 1999

Die dag worden de stoffelijke resten van 3 van de enkele dagen geleden ontdekte gesneuvel­den opgegraven. (Foto 2) Ze zijn van het York & Lancaster Regiment. Soldaten van dit regiment kwamen op het terrein kwam nadat het ergste leed (van 6 juli 1915 - zie .........) al geleden was. De overblijfselen worden nog diezelfde dag opgehaald door de Rijkswacht. Gevonden voorwerpen bij de skeletten : een kam, een eenvoudige ring, een insigne Imperial Service, drie aaneengeklitte muntstukken, een officierenfluitje, een zakhorloge, een pijpenkop, een mes. (Foto 3)

Foto 2 - Resten van drie York & Lancaster soldaten.

Foto 3 - Enkele van de persoonlijke bezittingen bij de resten.


Woensdag 7 juli 1999

Nog vier andere skeletten worden opgegraven, naast de loopgraaf, blijkens een insigne van de Rifle Brigade. Enkele kleine ampullen met jodium, een witporseleinen Christusfiguur van een kruisbeeldje (met afgebroken armen) (foto 4), een tandenborstel en een zakuurwerk.

Foto 4 - Beschadigde Christusfiguur.


Zaterdag 10 juli

In de zijtak van de beruchte International Trench vinden we beenderen van anderhalf skelet. Ook enkele knopen, een lepel, een kogeltas, een tandenborstel, en voorwaar ook lucifers. Jawel, niet meer brandbaar, maar voor de rest nog intact. (Foto 5)

Foto 5 - Lucifers (na 85 jaar !) en een stuk zeil met jaartal 1915.


Zaterdag 17 juli

Een geweerloop die net uit de bijna betonharde bovenlaag van de werfweg steekt (tientallen vrachtwagens hebben er de voorbije dagen overheen gereden), zal leiden tot een belangwekkende vondst. Een korte oostelijke verbindingsloopgraaf van de International Trench wordt gedeeltelijk uitgegraven, net onder de werfweg. Er staan nog andere geweerlopen rechtop in de loopgraaf, de bajonetten afgemaaid door een maaimachine. (Foto 6) Wat lager : een schedel, een bekken en enkele beenderen. Er zijn aanwijzingen dat nog meer menselijke resten zullen aangetroffen worden. We besluiten volgende week dinsdag verder te exploreren.

Merkwaardig is de vondst van een deel van een dek speelkaarten. (Foto 7) Conservatie ervan zal heel moeilijk zijn. Ook een regenzeiltje wordt gevonden. Belangrijk is het stamnummer dat de Britse soldaat met anilinepotlood in de rand geschreven heeft. Het onderste deel van het getal is echter verdwenen : 4620 of 4630 ? (Foto 8) Known unto God. Moet verder onderzocht worden.

Foto 6 - Drie bajonetten net onder het maaivlak.

Foto 7 - Een dek speelkaarten, na 85 jaar ondergronds verblijf.

Foto 8 - Stamnummer 4620 of 4630 ? Wij opteerden voor 4620, wat leidde tot een naam : T. Horan, 2e Bat. Lancashire Fusiliers, een van de 'missing' op de Ieperse Menenpoort.


Dinsdag 20 juli

Met een bijna voltallige groep wordt de vindplaats van vorige zaterdag verder onderzocht. We vinden 5 skeletten. Blijkens insignes gaat het om soldaten van de Rifle Brigade en de Lancashire Fusiliers. Geen identificatieplaatjes werden aangetrof­fen, niettegenstaande een minutieus onderzoek van alle materiële restanten. Deze opgraving neemt in totaal 8 uur in beslag. (Foto's 9 en 10)

Foto 9 - Enkele van de 5 resten op de bodem van de loopgraaf.

Foto 10 - De laatste van de 5 opgegraven Britse soldaten.

We vinden naast de insignes ook 2 pijpen, een kam, een tandenborstel, kledingstukken, een regenzeil, een potlood, een elementair woordenboekje Frans-Engels / Engels-Frans (foto 11), een officierenfluitje, lucifers, een stuk zeil met de tekst North British Rubber Company 1915, een zakhorloge (glas intact), een geweerbusje met olie, en enkele resten van geweren. In totaal zijn de laatste dagen in de omgeving de resten van 21 roestige geweren aan de oppervlakte gebracht.

Foto 11 - Enkele stukken van een elementair woordenboekje.


Maandag 26 juli

Er worden enkele Duitse discusgranaten (foto 12) en enkele Kugelgranaten gevonden. De discusgranaten (of Schildkröten) zijn van een vroeg type. Alles is bestemd voor Dovo Houthulst.

Foto 12 - Enkele vroege Duitse discusgranaten ('schildpadden') met ontstekers.


Dinsdag 27 juli

Eén skelet gevonden. Verder ook een Duitse bajonet, Duitse patronen, een poetsstok voor geweer, een tweekleurige anilinestift in een buisje en twee drinkbussen. Heel merkwaardig en intrigerend is echter een portefeuilleachtig etui, met daarin wat een hartje lijkt (ongeveer 5 cm), versierd met een kanten rand. Een medaillon met een foto van een geliefde ? Bij nader toezien blijkt de betekenis duidelijk : een schapulier, door de man in kwestie misschien reeds van kindsbeen af bij zich gedragen als religieuze talisman, of door z'n moeder meegegeven ter bescherming wanneer haar zoon naar de oorlog trok. Het heeft niet mogen baten ... (Foto 13)

Foto 13 - Een schapulier, een geluksbrenger die niet heeft mogen baten tegen het oorlogsgeweld.


Vrijdag 30 juli

Op onze uitnodiging is Ieperse schepen Frans Lignel zich komen vergewissen van de gang van zaken op de site. Hij is net zoals wij geïntrigeerd door het schapulier. We vinden een LF-insigne (Lancashire Fusiliers), een rechthoekig flesje met tekst, een pijp, knopen, resten van een verrekijker, een schuttersplaat, en een 'kaasbol' (loopgraafmortier­projectiel, door de Britten 'plum pudding' of 'toffee apple' genoemd).


Zaterdag 31 juli

In de International Trench, ongeveer 100 meter ten zuiden van het waterspaarbekken, worden op 1,30 meter diepte naast elkaar gestapeld op de bodem van de loopgraaf twee dubbele kisten met patroonbanden (2 x 500 patronen) ontdekt, van Duitse makelij en te gebruiken bij de Maximmitrailleur. (Foto 14) De datering van de patronen : 1913 en 1914.

In de zuidelijkste verbindingsgang die vanuit de International Trench richting Moortelweg loopt, ontdekken we een Brits geweer en op de bodem allerlei stukken van Britse bepakking, patronen, Britse uniformen en kledij. Op een bajonetfoedraal staat 5RWF (Royal Welsh Fusiliers), het stamboeknummer 1097.

Foto 14 - Patroonbanden voor een machinegeweer.


Vrijdag 20 augustus

De eerste ontdekkingen zijn een geweer en een met asfaltpapier bekleed houten kistje. Het bevat kleine doosjes gevuld met synthetische stoffen. Een rond etiket op elk van de doosjes leert ons dat deze hardpoederige substanties geproduceerd zijn in de scheikundige fabriek Lindenhof in Hanau (aan de Main, deelstaat Hessen). Wat de inhoud betreft, daar hebben we voorlopig het raden naar. (Foto's 15 en 16) (Later zal blijken dat het TNT is.)

Foto's 15 en 16 - Met asfaltpapier beklede bakjes met blokjes dynamiet in verpakking.


Op een bepaalde plaats ontdekken we in de wand van de loopgraaf een klein depot van 13 Duitse handgranaten (model Kugel). Ze liggen nog precies zoals in 1915 netjes gestapeld op een rij, de ontstekers verticaal en klaar om geworpen te worden.


Woensdag 25 augustus

Nadat we het volledige loopgraaftracé opgekuist hebben, voorbereidend blootgelegd door een graafmachine, graven we langzaam over het ganse verloop de met A-frames gebouwde constructie weer vrij. En dit zal nog verscheidene weken in beslag nemen.


Vrijdag 26 augustus

De A-frames-loopgraaf nabij de dug-out (deel van de Yorkshire Trench) blijkt nog uitstekend bewaard. Een ontstekingkabel loopt vanuit de loopgraaf op 60 cm diepte in de richting van een Livensbatterij. Tot de zeldzame vondsten gevonden op de duckboards in de loopgraaf behoren een houten spoel om telefoondraad te wikkelen en een kist met patroonband (1 x 250) voor de Britse Vickers-mitrailleur.


Vrijdag 27 augustus

Piet Demeester doet een toevallige ontdekking aan de hoek van de Bargiestraat (zuidelijkste deel site). Een graafmachine heeft er een deel van een schedel blootgelegd.


Woensdag 1 september

De officiële opgraving van wat op 28 augustus, na de toevallige vondst van de schedel, een klein massagraf van Franse militairen bleek te zijn. De Rijkswacht zal alle opgegraven restanten in ontvangst nemen. Ook de pers is aanwezig. In totaal worden zeven naast elkaar begraven niet-geïdentificeerde Franse gesneuvelden geborgen. (Foto's 17 en 18) Ze zijn waarschijnlijk gevallen kort na 22 april 1915. Bij de weinige patronen die ze nog in de verpakking in kogeltassen bij zich hadden, was de jongste datering : februari 1915. (Foto 19)

Foto 17 - 7 Franse soldaten, geschrankt naast mekaar begraven

Foto 18 - Gesneuveld april of mei 1915.

Foto 19 - Verpakking met 8 Franse patronen ; bovenaan de fabricagedatum : 24.2.15

Tegen de avond wordt nog een Duits gesneuvelde ontdekt. Bij de resten hoort een gouden trouwring met jaartal 1910.


Zaterdag 11 september

Bij de Südspitze vinden we Brits materiaal uit een latere periode (ontstekers en 17 artilleriegranaten uit 1917 met een klotsende toxische inhoud). (Foto 20)

Foto 20 - 17 gasgranaten uit een klein depot.

Ondertussen graven we bij de Yorkshire dug-out het resterende stuk loopgraaf vrij en wordt de volledig opgekuiste A-frames-constructie op papier ingetekend, gefilmd en gefotografeerd.

's Avonds graven we in de omgeving van de Britse loopgraaf en de Südspitze naar de restanten van een klein munitiedepot uit 1915. Zes kisten (enkele en dubbele) zowel voor Lee Enfield-geweer als voor Vickers-mitrailleur worden opgegraven. Daarna worden ze ter plekke opnieuw verstopt, dit voor later ophalen door de ontmijningsdienst.


Vrijdag 17 september

Een bulldozer van een grondwerkenbedrijf is de zone net ten zuiden van het waterspaarbekken aan het effenen. Een pijp en een insigne van het York & Lancaster Regiment komen bloot te liggen. Zowat een halve meter verder en evenveel dieper wordt een skelet gevonden. (Foto's 21 en 22) Veel tijd om de hoog in de loopgraaf neergelegde gesneuvelde te onderzoeken krijgen we niet. Het is wel duidelijk dat er zich nog meerdere gesneuvelden in deze verbindingsgang kunnen bevinden. Het skelet wordt met folie en aarde weer afgedekt. Bedoeling is het 's anderendaags op te graven. (Door overvloedige regen van die nacht en de volgende dagen en weken, waardoor de kuil één modderige brij wordt, zal dit echter pas 10 maand later kunnen gebeuren.) (Foto 23)

Foto 21 - York & Lancaster cap badge.

Foto 22 - Blootgelegd op 17 september 1999 ...

Foto 23 - ... Maar door de overvloedige regenval zou opgraving pas op 21 juli 2000 kunnen plaatshebben.


Zaterdag 18 september

We prospecteren het terrein dat door de bulldozer gedeeltelijk herschikt werd. We ontdekken een verhakkeld Brits gesneuvelde. Omdat deze menselijke resten bijna helemaal aan de oppervlakte raken, wordt meteen de Rijkswacht van leper verwittigd, die de restanten meeneemt naar de kazerne.

Tot de persoonlijke spullen behoren een vijftal munten, o.a. van Queen Victoria. De Rijkswacht laat meteen ook de ontmijningsdienst Dovo de in plastiek zakken verstopte Kugel- en millshandgranaten ophalen (48 in totaal). Nog dezelfde dag bespeuren we in een loopgraaf, na metaaldetectie, nogmaals de resten van een Brits gesneuvelde. Tot het onmiskenbaar Brits materiaal dat gevonden wordt, behoort een blauwe drinkfles, de inhoud dichtgemaakt met een stopsel en vastgezet met krantenpapier. Ook een gordel met patronen, een pikhouweel, een insigne van de West Riding Division en vier munten.

Foto 24 - Een gelukbrengende (?) ampulle met gewijd water uit een pelgrimsoord.

Zowat een halve meter verder vinden we schoenen en op 1 meter diepte een Brits gesneuvelde. Dit wordt ook gemeld aan de Ieperse Rijkswacht, maar opgraven is er niet meer bij. Er vloeit al heel snel water in de put. Dit moet uitgesteld worden tot volgend jaar, ook voor de op 17 september ontdekte gesneuvelde in de onmiddellijke nabijheid.


Zaterdag 16 oktober

Op een andere meer oostelijke locatie op het terrein worden enkele beenderen gevonden van twee Duitse gesneuvelden. De onvolledige overblijfselen zijn overigens na de oorlog duidelijk doorsneden door een drainage­graafmachine. Ter identificatie worden enkele Duitse kledingstukken, een ­tas vol patronen, een zilveren zakuurwerk (foto 25) en een geldbeugeltje met 7 munten aan de Rijkswacht overgedragen.

Foto 25 - Zilveren zakuurwerk van een gesneuveld Duits soldaat.

De zone in de omgeving Kleine Poezelstraat - Moortelweg moet weldra ook door de graafmachines herschikt worden. Daarom besluiten we een klein onderzoek te starten. Na voorbereidende prospectie met de metaaldetector ontdekken we net onder het tracé van de noord­oostelijke hoek van het kruispunt een volgestorte Britse obusput naast een loopgraaf. Het vondstmateriaal blijkt uitzonderlijk gaaf. Een SRD-kruik, blauwe veldflessen, glasflessen, pikhouwelen, gasmaskers, lieslaarzen en krulijzers om prikkeldraad aan te bevestigen, komen aan de oppervlakte.


Zondag 17 oktober

Uitzonderlijke vondst door Johan Verbeerst van een Britse loopgraafknuppel (50 cm lang), middeleeuws aandoend door de vorm als een goedendag. (Foto 26)

Foto 26 - Met taatsnagels beslagen kop van een loopgraafknuppel.


Zaterdag 23 oktober

We zetten het onderzoek verder in de Britse loopgraaf. Honderden Britse afgevuurde patronen (foto 27), twee zakmessen, boiled beefdozen, een zilveren lepel, een kist voor een dozijn millsgranaten (waarvan de helft nog aanwezig, inclusief gebruiksaanwijzing - (foto 28), een pikhouweeletui, een regenzeiltje, een lepel met initialen WH, een klein blauw geëmailleerd pannetje, en delen van een loopgraafperiscoop behoren tot het vondstmateriaal. Op de plaats waar volgende week verder moet worden gegraven, bevinden zich 4 duckboards op elkaar.

Foto 27 - Onvoorstelbare hoeveelheden ongebruikte Britse munitie.

Foto 28 - Een stralende Piet Demeester bij het openen van een kist half gevuld met zes mills-granaten.


Zaterdag 30 oktober

Acht man hebben zich aangeboden om het stuk loopgraaf onder de Moortelweg vrij te graven. De duckboards zijn Brits standaardmodel met evenwijdige steunbalken (187 cm lang). De draaglatten zijn 36 cm, 41 cm en 46 cm breed. Tussen en naast deze latten bevinden zich duizenden hulzen en ongebruikte patronen, nog in de clips. Ongetwijfeld hebben we een firepit aangesneden. Anderhalve kist (1500) patronen zitten nog in de verpakking.

In totaal worden die namiddag ongeveer 5000 Britse patronen verzameld. Daarvan zal een groot deel gebruikt zal worden als studiemateriaal naar herkomst en datering. De resterende patronen worden overgedragen aan het In Flanders Fields Museum, en dépôt, om later gebruikt te worden als reconstructiemateriaal. Tezamen met en tussen al deze patronen ontdekken we ook nog een schoen, een bajonet, een zware houten hamer (80 cm lang) (foto 29), een zakmes, drie lepels, drie 18-ponderhulzen en 2 knuppels. De knuppels zijn van verschillend type : het kort standaardmodel met loden kop en het zeldzaam middeleeuws aandoend model met 4 rijen taatsnagels (lengte 68 cm).

Foto 29 - Zware houten moker, op een nagenoeg intacte duckboard.


Woensdag 10 november

We prospecteren en graven in de woonkamer van één van de reeds gesloopte huisjes langs de Kleine Poezelstraat. We vinden in de blauwe klei twaalf 18-ponderhulzen. Ook een erg verroeste Britse helm. Zeldzaam op deze site : dat soort werd pas vanaf 1916 gebruikt en de gevechten hier speelden zich voornamelijk in 1915 af.


Vrijdag 12 november

Onder de huisjes moet indertijd een grote obusput geweest zijn. We ontdekken een enorme krater, volgelopen met blauwe klei. Daarin materiaal uit 1917 : 18-pondergranaten, Britse patroonbanden en een zware mortiergranaat met vier vleugels (1 m lang, diameter 20 cm). Die blijkt net onder de vloer van een van de kamers gezeten te hebben. Bij het leggen van de vloer werd blijkbaar een hinderlijke staartvleugel gewoon met een hamer platgeslagen !... (Foto 30)

Foto 30 - Zware gevleugelde mortiergranaat. Een van de vleugels platslaan maakte het leggen van een naoorlogse vloer in de kinderslaapkamer een stuk makkelijker ...


Vrijdag 19 november

Onder de vloer van één van de huisjes aan de Kleine Poezelstraat ontdekken we een Duits gesneuvelde. De restanten zijn duidelijk na de oorlog in de grote obusput meegooid. De Rijkswacht komt de skeletdelen ophalen. Identificatie is niet meer mogelijk. Dit is meteen het laatste slachtoffer van 1999 sinds de werken aangevat zijn.

Even later stoten we op een Duitse schuttersput. Alle afgevuurde Mauser-geweerpatronen zijn van uitmuntende kwaliteit. De locatie is het vooropgeschoven Duits loopgraven­systeem ten noorden van de Moortelweg, juist naast de Kleine Poezelstraat, op militaire kaarten aangeduid als Fortin 17.


Zaterdag 20 november

De Duitse schuttersput wordt volledig opgegraven. (Foto 31) De Duitsers hadden duidelijk de opdracht om de afgevuurde hulzen te verzamelen. In en rond een ter plaatse gefabriceerde houten bekisting op de bodem van de loopgraaf tellen we ongeveer 2000 hulzen en 200 patronen, al dan niet compleet nog in de laadstrips. Er wordt ook een fles jodium en een verband(?)schaartje gevonden.

Foto 31 - In een ijzige koude graven in een Duitse schuttersput. Voorlopig resultaat : een emmer Duitse patronen en hulzen, nog blinkend uit de blauwe klei gehaald.


Zaterdag 27 november

De exploratie van de loopgraaf gaat verder. In de vulling ontdekken we de niet alledaagse vondst van een in een doek gewikkeld klein automatisch Duits pistool met messing poetsstok. De Duitsers hebben de loopgraaf uitgebouwd met op de bodem een vreemde, ons onbekende constructie van loopplanken. De houten draagstukken hebben de afmeting 60 x 24 x 4 cm.

Er worden nogmaals enkele honderden Duitse geweerhulzen opgeraapt (uitzonderlijk goed bewaard), enkele Franse en een tiental Russische hulzen : geen alledaagse vondst in de regio leper. Een groot aantal van deze patronen wordt nogmaals als studiemateriaal beschikbaar gesteld voor onderzoek.

*

Zaterdag 4 december 1999 is het einde van een wel heel warme en uitzonderlijke nazomer. De hemelsluizen openen zich begin december boven Boezinge en graven in situ is voorlopig uitgesteld tot volgend jaar.

 


© 2001 The Diggers - Contact
Webmaster