Activiteiten van De Diggers
6-9 juli 1915: een kleine maar succesvolle operatie ... maar tot welke kost ?

Boezinge heeft de primeur gehad van de eerste grote gasaanval in de geschiedenis, toen de Duitse troepen op 22 april 1915 vanaf Langemark westelijk oprukten tot aan het IJzerkanaal. Wat zich de weken en maanden nadien afspeelde in dit dorp in het uiterste noorden van de Ieperse Salient, krijgt in de geschie­dschrijving van de Grote Oorlog geen aandacht, en ook de geschiedschrijving van het oorlogsge­beuren in de Salient zelf gaat eraan voorbij. Afgezien dan van het begin van de Derde Slag om Ieper (31 juli 1917 : Slag om Pilkem Ridge, tussen Boezinge en Langemark).

Is er dan niets gebeurd in Boezinge na april 1915 ? De prospectie van de kanaalsite met het vinden van talrijke oorlogsrelicten - en resten van gesneuvelde soldaten - lijkt dit in ieder geval grondig tegen te spreken. En regiments- en bataljonsge­schiedenis­sen maken inderdaad wel degelijk gewag - zij het soms heel summier - van wat zich daar afspeelde tussen de Tweede en de Derde Slag om Ieper, meer bepaald in juli 1915.

In dit artikel willen wij die gebeurtenissen op dit vergeten Boezingse slagveld op de oostelijke kanaaloever graag kort schetsen. Beknopt, want een website - per definitie haast voor 'oppervlak­kige' raadple­ging en voornamelijk visueel van presentatie - laat een analyse van het histo­risch aspect van deze site niet echt toe. Selecteren van het vele materiaal in de geschreven bronnen en het synthetiseren ervan is daarenboven niet eenvoudig. Wij hebben daar overigens andere plannen mee. En tenslotte is het vorsings- en prospectie­werk tot op heden (eind 2001) nog ver van afgerond.

Vooraleer wij de kanaalsite historisch duiden, verwijzen wij eerst nog even naar het artikel De Boezingse slagveldsite (zie : Voorstelling > Voorstelling van de site in Boezin­ge). Ook daar wordt immers het terrein al even kort historisch gesitueerd.

In wat volgt hebben we ons bewust niet willen houden bij het puur militair-historische. We wilden er overigens zelfs niet aan weerstaan even een statistisch onderzoek te maken van de aantallen gesneuvelden, om dat historische ook in menselijke cijfers aanschouwelijk te maken. En die cijfers onthullen in dit geval dan wel een heel tragische werkelijkheid : die van de grote aantallen vermisten. Dat is ook de reden waarom we dit artikel onderbrengen in de reeks Known unto God.

Kruisje van een paternoster, op 21 oktober 2000 gevonden nabij resten van soldaten van de 11de Brigade, waarschijnlijk gesneuveld begin juli 1915.

Net zoals andere religieuze symbolen die van tijd tot tijd gevonden worden op de kanaalsite, heeft ook deze 'geluksbrenger' niet mogen baten ...

Tweede Slag om Ieper

Na de Eerste Slag om Ieper (okt.-nov. 1914) liepen in het noorden van de Ieperse Salient de frontlijnen vanaf Steenstrate (een gehucht op het IJzerkanaal (huidige naam : Ieperleekanaal), 3 km ten noorden van Boezin­ge) ten noordoosten en oosten van Boezinge over : Bikschote, het gehucht de Kortekeer, Langemark en Poelkapelle tot aan het gehucht de Kerselaar (nu Canadees Monument).

De late namiddag van 22 april 1915 brak de Tweede Slag om Ieper los. Gebruik makend van chloorgas rukten toen de Duitse troepen zuidwestwaarts op. Vanaf Steenstrate tot onmiddellijk ten oosten van Boezinge-centrum stootten ze door tot aan het kanaal. In het noorden slaagden ze erin zelfs in kort over het kanaal te raken. Het kanaal vormde een natuurlij­ke barrière tussen de Franse troepen (links, op de westoever) en de Duitse (rechts, oostoever).

De Duitse frontlijn voor en na de gasaanval van 22 april 1915.


Ten zuiden en zuidoosten van Boezinge was de weerstand - vooral Britse en Canadese - (nog) groter : Ieper moest immers kost wat kost uit Duitse handen blijven. Dit verklaart waarom de frontlijn een paar honderd meter ten zuiden van Boezinge, vanaf de spoorweg­brug (voor wie ter plaatse gaat : nabij de plaats waar nu het in de jaren 30 gebouwde sas van de bovenvaart zich bevindt) in zuidoostelijke richting afboog, weg van het kanaal, naar Sint-Juliaan, en verder.

Zo vormde de frontlijn een boog (salient) noordelijk, oostelijk en zuidelijk van Ieper. Precies die eerste paar honderd meter waar de linies het kanaal zuidoostelijk oversteken, is de voorbije jaren ons prospec­tiegebied geweest.

Aanvankelijk, tot één maand na het begin van de Tweede Slag om Ieper en de gasaanval, tot eind mei 1915 dus, kwam de weerstand van Franse troepen. Toen werden ze afgelost door Britse. Dit gegeven verschaft ons de zekerheid dat de resten van Franse soldaten die aangetroffen worden bij de prospectie, afkomstig zijn van gesneuvelden tussen 22 april en eind mei 1915.

Resten van een Frans soldaat

(nationaliteit te determineren aan de hand van enkele Franse patronen) gevonden op 8 sept. 2001.

De International Trench

Vanaf eind mei 1915 tot begin juli, anderhalve maand dus, bleef de toestand er relatief rustig. Al waren er wel de verliezen door de artilleriebeschietingen. Maar aan de rust van de soldaten, die in een haast idyllisch kader van de vaart, met z'n hoogstammige populie­ren, bij mooi weer de was deden of een partijtje zwommen in het kanaal, te midden van de waterlelies, kwam een einde doordat de legerleiding besloot precies op de plaats van onze prospectiesite de Duitsers achteruit te dringen.

Die laatsten gaven inderdaad de intentie niet op verder zuid­waarts door te stoten naar Ieper. De dag van de gasaanval waren ze dat bij manier van spreken haast 'vergeten' te doen, zelf verbaasd over hun succes. Om zuidwaarts te dringen maakten ze gebruik van een Franse loopgraaf, die er reeds was vóór de gasaanval. Die zou in de volgende gevechten de Internati­onal Trench genoemd wordt. De meest zuidelijke punt, waar hij doodliep tegen de Britse eerste linie, werd door de Duitsers de Südspitze genoemd.

In dit noordelijk deel van de Ieperse Salient lag toen de 4de Divisie, met de 10de, 11de en 12de brigade. De 11de brigade lag op de Boezingse kanaalsite en onmiddellijk ten zuidoosten ervan. Die 11de brigade bevatte toen :

  • het 1ste Bataljon van de Somerset Light Infantry
  • het 1ste Bataljon van het East Lancashire Regiment
  • het 1ste Bataljon van het Hampshire Regiment
  • het 1ste Bataljon van de Rifle Brigade

Cap badge van een soldaat van het 1ste Rifle Brigade

(gevonden mei 2000).

Het was voornamelijk dat 1st Rifle Brigade dat de vroege morgen van 6 juli 1915 de aanval ondernam op de Duitse posities van Farm 14 (Moortelweg) en Fortin 17 (even ten noorden van kruispunt Moortel­weg - Kleine Poezelstraat). De gevechten zouden tot 9 juli duren. Vier dagen van wat door in Britse regimentsgeschiedenissen "a small but successful operation" genoemd wordt. Maar ook in de dagen en weken daarna zouden nog vele verliezen vallen.

Tijdens de periode 6-9 juli en de onmiddellijk volgende dagen echter waren de gevechten zo hevig en de verliezen zo groot, dat ook andere eenheden moesten ondersteunen. Dat waren :

  • het 1ste Bataljon van het Royal Warwickshire Regiment (van de 10de brigade)
  • het 2de Bataljon van de Lancashire Fusiliers (12de brigade)
  • het 1/5de Bataljon van de King's Own Yorkshire Light Infantry
  • het 1/5de Bataljon van het York & Lancaster Regiment
    (Beide laatste van de 148ste Brigade van de 49ste (West Riding) Division.)

Aan Duitse zijde lagen :

  • het Königlich Preussisches Reserve-Infanterie-Regiment 213 (RIR 213)
  • het Königlich Preussisches Reserve-Infanterie-Regiment 215 (RIR 215)

De objectieven en het verloop van de gevechten - en de verschrikkingen van deze in de officiële geschiedenis eigenlijk genegeerde bloedige sequens uit de Tweede Slag om Ieper - houden wij noodgedwongen erg kort. Moge het volstaan met te zeggen dat in die dagen de International Trench een paar keren van bezetter verandert - ondertus­sen is er van een trench eigenlijk nog nauwelijks sprake -, tot de Duitsers hem in de avond van 8 juli definitief opgeven en door middel van een overbrugging nabij Farm 14 de verbin­ding tussen hun loopgraven verzekeren.

Links : De situatie bij de Britse aanval van 6 juli 1915, met als voornaamste objectief de International Trench en de Südspitze.

Rechts : Na de avond van 8 juli wordt de International Trench door de Duitsers opgegeven en vervangen door een 'overbrugging'. Zo kunnen de Britse troepen een 20 à 30 meter oostelijk 'oprukken'. Honderden soldaten hebben voor die 'terreinwinst' hun leven gegeven.


Op 10 juli zijn er nog gevechten, waarbij het 5de Bataljon York & Lancaster hun prijsgegeven frontlijn weer veroveren 'in a brilliant show' (weliswaar ten koste van 30 levens). De slachtoffers vallen echter vooral door de artilleriebeschietingen.

En wat was het resultaat van bijna een week vechten ? Winst van een paar tientallen meter terrein op een front van zowat 300 meter. Daar stond dan tegenover : het verlies van honderden mensenlevens, aan beide zijden.

Het noordelijk deel van de prospectiesite. De hopen aarde geven de ligging aan van wat het noordelijke deel was van de International Trench (tot aan de betonweg).

Uiterst links het kanaal ; uiterst rechts de hoeve die na de oorlog herbouwd werd een kleine 100 m voorbij Farm 14.

 

In de cijfergegevens : de tragiek ...

Wat rekenwerk op basis van de schaarse cijfergegevens in de regimentsgeschiedenissen deed ons vermoeden dat het aantal gesneuvelden op dit front met een lengte van een paar honderd meter, in die 4 dagen (5-9) in juli 1915 aan beide zijden samen 500 à 600 moet bedragen hebben, waaronder zeker meer dan 300 Britse soldaten. La­ter onderzoek van de databanken van Soldiers Died in the Great War, en van het register van de Commonwe­alth War Graves Commission toonden dat die schatting nog aan de lage kant was. Dit liet ons toe de troepenbewe­gingen nauwkeuri­ger te reconstrueren, maar vooral het aantal gesneuvelden ('killed in action' en 'died of wounds') per bataljon en per dag te bepalen.

Maar het raadplegen van deze databases liet ons ook toe een andere niet minder schokkende realiteit te ontdekken. Wij wisten dat veel van de soldaten die begraven liggen op Talana Farm Cemetery in Boezinge, zowat anderhalve kilometer ten zuidwesten van de kanaalsite, mannen waren die gesneuveld waren in deze 'small but successul operation' van 6-9 juli en de onmiddellijk volgende dagen : ongeveer 100.

De toegang tot Talana Farm Cemetery, een 200-tal meter ten westen van de Diksmuidseweg, een kilometer ten zuiden van Boezinge-Dorp.

De begraafplaats werd begonnen door de Franse Zoeaven in april 1915, en het 1ste Rifle Brigade en 1ste Somerset Light Infantry namen de begraafplaats over in juni 1915.

Gevechtseenheden gebruikten het tot maart 1918.

Op de begraafplaats staan 529 zerkjes. De eerste 5 à 6 rijen (iets meer dan 100 zerkjes) zijn gesneuvelden van 6-12 juli 1915.

Maar hun aantal is beduidend lager dan dat van degenen die op op het slagveld gebleven zijn...

Een nauwkeuriger analyse van de genoemde databanken drong zich op. Waar immers, zo vroegen wij ons af, liggen de overige soldaten die niet op Talana Farm Cemetery begraven liggen ? Het ging hier tenslotte om circa 350 min 150 is toch ongeveer 200 soldaten ...

Keer voor keer kregen wij voor de soldaten die niet op Talana Farm Cemetery liggen, de melding dat hun naam op de Menenpoort het enige tastbare bewijs is van hun dood.

Het aantal gesneuvelden (officieren en manschappen) van 1SLI, 1ELR, 1HTS, 1RWR, 2LF, 1/5KOYLI en 1/5Y&L samen, in een overzicht per dag, met daarnaast het aantal van hen dat geen bekende grafsteen heeft, alleen een naam op de Menenpoort, ziet er als volgt uit. Op enkele schaarse uitzonderingen na allemaal KIA (killed in action).

  • 6 juli : 130 (waaronder 37 missing)
  • 7 juli : 94 (waaronder 77 missing)
  • 8 juli : 52 (waaronder 41 missing)
  • 9 juli : 40 (waaronder 28 missing)
  • 10 juli : 41(waaronder 31 missing)
  • 11 juli : 9 (waaronder 4 missing)
    (Op de daaropvolgende dagen bleef het aantal doden onder de 10.)

Insignes van de Rifle Brigade en van de Somerset Light Infantry, gevonden nabij de International Trench (21 okt. 2000).

Van Duitse zijde hebben we minder gegevens. Van het RIR 213 hebben we geen cijfers ; van het RIR 215 weten we dat in de periode 6-9 juli 179 soldaten sneuvelden (waarvan 137, d.i. 76 %, op 6 juli).

17 november 2000

 

Patrick Van Wanzeele graaft de resten op van een gesneuvelde Duitse soldaat vlak bij de International Trench.

Even terug naar de Britse cijfers. 366 Britse soldaten sneuvelden in die 6 dagen (6-11 juli) ; 218 van hen hebben alleen een naam op de Menen­poort. Dit is bijna 60 %. Een erg hoog aantal, dat procentueel nog hoger ligt na de openingsdag van de gevechten. (Al lag het totaal aantal gesneuvelden die dagen wel lager.) Op 7, 8 en 9 juli bedroeg het aantal vermisten immers :

  • 7 juli : 82 % (77 vermisten op 94 gesneuvelden)
  • 8 juli : 78 % (41 op 52)
  • 9 juli : 70 % (28 op 40)

Opsplitsen per bataljon toont ook nog andere zaken. Slechts twee voorbeelden. Op 10 juli sneuvelden 30 man van het 5de York & Lancaster. Aantal vermisten : 30. Jawel, geen enkele Y&L gesneuvelde van die dag kreeg een graf...

En ook dit : op 7, 8 en 9 juli stierven 94 man van het 2LF. Slechts 3 van hen hebben een graf (1 ligt op Talana Farm Cemetery Boezinge, 2 Died of wounds op Lyssenthoek Cemetery Poperinge).

Een cap badge van het York & Lancaster Regiment, een Imperial Service-insigne en enkele munten en ringen gevonden bij resten van gesneuvelden nabij het noordelijk eind van de International Trench (2 juli 1999).

 

 

LF-insignes (Lancashire Fuseliers) gevonden nabij de International Trench op 3 juli 1999.

Slechts 1 van de op 7-9 juli op de site gesneuvelden van het 2de Lancashire Fusiliers kreeg een laatste rustplaats op Talana Farm Cemetery. De 90 anderen bleven in niemandsland liggen. Enkelen van hen 85 jaar lang. Het overgrote deel voor altijd ...

Opvallend is ook dat het aantal vermisten - die dus op het slagveld bleven liggen - vooral ná de openingsdag van de bewuste gevechten, heel hoog is. En dat is ook begrijpelijk. Waarom moesten de mannen die al zo zwaar beproefd waren in de gevechten, nog eens proberen op gevaar van hun leven, de lichamen van hun dode kameraden te recupereren in het niemandsland ? En daarvan kwam in de weken daarna uiteraard ook weinig terecht, zeker wanneer men weet dat de inslagen van de artilleriebeschietingen het totaal onmogelijk maakten de resten van de gesneuvelden achter de eigen linies te brengen.

26 mei 2001

De resten van twee Duitse soldaten zijn zojuist gevonden, blijkbaar 'begraven', de een boven de ander, op één meter van de rand van een kleine Duitse versterking (Fortin 17), een goede 200 meter ten oosten van de International Trench.

Zijn ook zij gesneuveld in de juli-gevechten van 1915 ? Of zijn het slachtoffers van latere datum?

Respect

Bij dit alles is vooral één zaak duidelijk : die 218 Britse soldaten gesneuveld 6-11 juli die alleen maar een naam op de Menenpoort hebben, liggen voor het grootste deel nog op de Boezingse kanaalsite. En ook de vele tientallen die vermist werden in de dagen, weken en maanden die volgden. De frontlinies lagen er immers tot 31 juli 1917 (begin Derde Slag om Ieper, met de Battle of Pilkem Ridge). En dan zijn er ook nog de vele Duitse soldaten, wellicht nauwelijks minder in aantal. En de talrijke Franse gesneuvelden de dag van en de dagen na de gasaanval...

Onder de vele duizenden vermisten op monumenten zoals de Menenpoort (meer dan 54.000), op Tyne Cot Cemetery (meer dan 34.000) zijn er velen die wel een graf hebben, maar dan een naamloos, met alleen de vermelding : A Soldier of the Great War - Known unto God. Zouden vele gesneuvelden van de kanaalsite misschien toch een zij het dan naamloze headstone hebben ?... Voor de bewuste periode zijn er van dat type zerkje op Talana Farm Cemetery slechts 8 ... Bijna te verwaarlozen in vergelijking met het totaal aantal vermisten op de kanaalsite.

De resten van zoveel honderden gesneuvelden liggen er nog steeds. Soms niet meer dan een halve meter diep. Vaak nog veel minder. Alleen daarom moet deze site, al is het dan binnenkort een industrieterrein, met het nodige respect betreden worden.

Misschien toch een kleine correctie op het aantal : de vele honderden liggen er niet allemaal meer. Iets meer dan honderd en zoveel zijn immers de voorbije 2 à 3 jaar gevonden door ons team tijdens de prospectie. Een groot deel van hen zijn gesneuveld in de gevechten om de International Trench. Zij hebben uiteindelijk een graf kregen op de Britse begraafplaats Cement House Cemetery (Langemark), de Franse St Charles de Potyze (Ieper) en het Duitse Soldatenfriedhof (Langemark). Dat is hun bataljonskameraden dus niet gegund. De economische vooruitgang eist op dat vlak z'n tol.

26 oktober 2000

De resten van 12 Britse soldaten die de voorbije maanden gevonden werden op de Boezingse kanaalsite, worden bijgezet op Cement House Cemetery (Langemark).

De gewilde eenvormigheid van de vele duizenden grafzerkjes op de militaire begraafplaatsen, afgezien van de leeftijd die soms vermeld is en de grafschriften die af en toe onderaan het zerkje staan, heeft iets onpersoonlijks : al die identieke headstones maken het moeilijk bij elk ervan ten volle te beseffen dat het telkens gaat om een uniek mens met een eigen persoonlijkheid, geschiedenis, familiale en sociale achtergrond, tragiek ... Daarom is het tot op zekere hoogte aangrijpend deze man een gezicht te kunnen geven, door een foto, hetzij gepubliceerd, hetzij toevallig in ons bezit.

Het grafzerkje van William CASEY op Talana Farm Cemetery, 1ste Bataljon East Lancashire Fusiliers, gesneuveld op 6 juli 1915.

 

 

William CASEY werd geboren in Rugeley, Staffordshire op 9 juni 1885, als zoon van William Casey and Eliza Crosby.

Toen hij amper 6 weken oud week het gezin uit naar Pennsylvania (US), maar kwam na 4 jaar terug naar Birmingham.

William enlisted bij de Lancashire Fusiliers en bracht z'n legertijd door in India en Zuid-Afrika. Na 8 jaar verliet hij het leger. In 1914 werd hij opgeroepen, streed in de Slag om Mons en werd gewond. Na zijn genezing werd hij ondergebracht bij het 1ste East Lancashire Regiment. Hij sneuvelde op de Boezingse kanaalsite, 30 jaar oud. Ook zijn broer sneuvelde, aan de Somme (11 oktober 1916). Zijn naam staat als vermiste op het Thiepval Monument. (Informatie en foto bezorgd door Williams neef Arthur Casey, Bournbrook, Birmingham, die nog in het huis woont waar ook William woonde. Het identificatieplaatje van William Casey is afgebeeld in het artikel : Wie weet wat > Regimentsinsignes.)

Persoonlijk worden wij ook altijd getroffen door de soms wel erg jeugdige leeftijd bij een naam. Vaak zijn de soldaten haast kinderen nog, wiens jeugd bruusk afgebroken werd door de gruwel van een oorlog waarin ze ook hun vrienden om zich heen zagen sneuvelen. En wiens leven zelf genadeloos afgebroken werd door het oorlogsgeweld.

Op veel zerkjes op Talana Farm Cemetery lezen we : age 20. Op enkele van soldaten die gesneuveld zijn in juli 1915 staat zelfs een nog jongere leeftijd.

Patrick GLYNN en John DAY, beiden van het 1ste Rifle Brigade, waren slechts 19 jaar toen ze sneuvelden.

John DAY, stamnummer 5018, geboren St. Pancras, Middlesex, wonend te Finchley, Middlesex, zoon van Edmund en Lydia Day, Finchley, Londen.

Sneuvelde op 19-jarige leeftijd op de Boezingse kanaalsite, samen met meer dan 60 andere bataljonskameraden die dag.

Anderen waren zelfs nog jonger. Robert WILLIAMS, eveneens van het 1ste RB (geboren en wonend te Acton, Middlesex, zoon van William en Susannah Williams) was zelfs nog maar 17. Hetzelfde geldt voor Joseph BAILEY (geboren en wonend in Stepney, Middlesex, en zoon van Frederick en Elisabeth Bailey, Limehouse, Londen). Hij heeft alleen maar een naam op de Menenpoort.

En Ernest JONES was slechts 18. Wij kunnen bij het zien van zijn foto met die jongensachtige blik, de misschien iets te grote kepie, nooit de gedachte onderdrukken : Moest die knaap, die waarschijnlijk vóór 1914 amper zijn dorp verlaten had, echt komen strijden en sneuvelen in een dorp even ten noorden van Ieper, waarvan hij niet eens het bestaan bevroedde ? Ware die jongen niet beter thuis gebleven, om naar school te gaan, of z'n vader te helpen, of zich een meisje te vinden ?...

Ernest Jones, 1ste RB, geboren Ealing, Middlesex, wonend in Thornton Heath, Surrey, zoon van Thomas Jones, Norbury, Streatham, Londen.

Foto genomen in het jaar waarin hij sneuvelde, op 18-jarige leeftijd. (Foto uit : Nigel H. Jones, The War Walk - A Journey along the Western Front, herdruk 1997.)

**********

HERBERT WOOD

Rifleman Herbert WOOD, M.M., werd geboren in 1891, in Grünberg, Silezië (Duitsland, nu Pools grondgebied). Hij was de oudste zoon van een Engelse vader en een Duitse moeder, Hartley en Anna Wood (die toen hij sneuvelde, in Denholme, Bradford, Yorkshire woonden). Hij kreeg zijn opleiding in Breslau, Bad Harzburg en Petrograd. Hij keerde terug van een Hogeschool voor Ingenieurs in Petrograd in oktober 1914, om zich in Londen in te schrijven in het 1ste Bataljon van het Rifle Brigade Regiment.

Herbert Wood,

een foto genomen in Petrograd in de winter van 1913-14.

Hij sneuvelde op 6 juli 1915 in de aanval van de 11de Brigade op de Duitse loopgraven op de oostelijke kanaaloever in Boezinge, en was 'Mentioned in Despatches'. Postuum werd hem de Military Medal toegekend, de enige geregistreerde decoratie voor een Rifleman in deze militaire operatie. (De Military Medal dateert van 25 maart 1916 en werd toegekend aan NCO's en manschappen voor 'acts of bravery' (daden van dapperheid). Deze zilveren medaille draagt de woorden "For Bravery in the Field".

In de dagen van 6 - 9 juli 1915 sneuvelden 74 Riflemen en 5 officieren van het 1ste Bataljon Rifle Brigade. Bijna allen (66) op de eerste dag van de gevechten. De helft van de gesneuvelden (39) werden als vermist gerapporteerd. Herbert Wood was een van hen. Zoals bijna 200 van zijn en andere bataljons die omkwamen in deze militaire operatie, heeft hij geen naamgraf, en wordt hij herdacht op de Menenpoort in Ieper. (Verder ook op het Oorlogsmonument in Denholme (West Yorkshire) en op de Rifle Brigade 'Roll of Honour' in Winchester Cathedral.)

WOOD H. M.M.

Herbert Wood, Military Medal, op een van de 3 panelen (46, 48 en 50) met de namen van officieren en manschappen van de Rifle Brigade op de Menenpoort in Ieper.

Herbert Woods jongste broer, Harry, sneuvelde eveneens in de Grote Oorlog, datzelfde jaar, 1915, vermoedelijk in de omgeving van Hill 60. Zijn dood is niet geregistreerd…
Frank, de jongste broer, overleefde de oorlog.

(Informatie en foto verstrekt door John Bird (Henley-on-Thames, Oxfordshire), Herbert Woods neef.)

******

HARRY COLLEY

Maar ook in de dagen na 9 juli gingen de gevechten verder, zij het dan in mindere mate. De 49th (West Riding) Division, waarvan enkele bataljons de 4de Divisie al ondersteund hadden, was op de plaats aangekomen voor de aflossing. In de 148ste Brigade waren o.a. het 1/4th en 1/5th Bn. York & Lancaster. In de week na 9 juli zouden 56 manschappen en officieren van deze 2 bataljons sneuvelen. Meer dan de helft van hen (30, en allen van het 1/5th Bn.) sneuvelden op 10 juli. Aantal vermisten : allen !…

Private Harry COLLEY (1/4th Y&L) sneuvelde op 12 juli 1915. Leeftijd : 37 jaar. Hij was geboren in Sheffield in december 1977, gehuwd, vader van 4 kinderen. Van beroep was hij slijper van snijgereedschap, maar in de weekends was hij een van de "Saturday night soldiers", zoals ze genoemd werden. Zijn bataljon had het 1/5th Y&L afgelost op 11 juli, wegens de hoge verliezen van dat laatste. De dag daarop sneuvelde Harry, met 3 anderen van zijn bataljon. De volgende dag zouden nog eens 11 man sneuvelen, na een Duitse gasaanval.

Harry Colley met

3 van zijn kinderen:

Sydney (naast hem), Percy en Gertrude, in 1912.

Harry COLLEY werd begraven op Talana Farm Cemetery, een paar honderd meter op de westelijke kanaaloever. Een heel bijzondere reden dat een foto van het oorspronkelijke houten kruisje van zijn graf hier getoond wordt, is dat het de enige foto is die we kennen van Talana Farm Cemetery uit de vroege jaren na de oorlog.

Het oorspronkelijke houten kruis op het graf van Harry Colley op Talana Farm Cemetery.

(Foto's en inlichtingen verstrekt door achterkleinzoon Al Colley, Sheffield.)

**********

Graag besluiten wij dit artikel met een oproep. Mochten bezoekers van onze website die dit artikel lezen, in het bezit zijn een foto van een familielid die op de Boezingse kanaalsite gesneuveld is of er geweest is en de oorlog overleefd heeft, dan zouden wij die graag in dit of een ander artikel publiceren. De foto kan ons bezorgd worden via e-mail of gewone post. (Hij wordt in dat laatste geval uiteraard terugbezorgd). Graag contact nemen met de webmaster. Dank bij voorbaat

 


© 2001 The Diggers - Contact
Webmaster